Bacteriën in de darm spelen een cruciale rol in het verhogen van het risico op darmkanker onder invloed van rood vlees. Dat concluderen Noortje IJssennagger en Saskia van Mil van de afdeling Molecular Cancer Research, in een onderzoek bij muizen die een dieet kregen met veel haem, de stof die het vlees rood kleurt. Samen met voedingswetenschappers van de Wageningen Universiteit publiceerden zij de resultaten onlangs in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).


Dat er een relatie is tussen het eten van rood vlees en darmkanker was al bekend. Haem beschadigt de cellen in de darmwand, waarop de cellen reageren door te gaan delen. Bij deze verhoogde celdeling is de kans op het ontstaan van foutjes in het DNA groter. Dit kan uiteindelijk leiden tot darmkanker.
IJssennagger laat nu zien dat darmbacteriën daarbij essentieel zijn. Zij gaf muizen een dieet rijk aan haem. Een deel van de dieren kreeg ook een antibioticum toegediend, dat de bacteriën in de darm doodde. Bij deze groep was er geen schade aan de darmcellen en was er geen sprake van een verhoogde celdeling of hyperplasie, de voorloper van darmkanker.

Slijmlaag afbreken

Uit haar onderzoek blijkt dat de bewuste bacteriën sulfiden aanmaken die de slijmlaag in de darm afbreken. Daardoor worden de darmcellen toegankelijk voor de schadelijke effecten van het haem. Onder invloed van een haemrijk dieet neemt het aantal sulfide-producerende bacteriën in de darm toe. “Als we specifiek deze bacteriën weg kunnen halen, kunnen we onderzoeken of de slijmlaag dan een betere bescherming biedt en of dit de kans op kanker vermindert”, zegt IJssennagger. “Maar ons vervolgonderzoek richt zich ook op de trisulfides die ontstaan als de slijmlaag wordt afgebroken. Die zouden mogelijk als biomarker kunnen dienen voor darmkanker, maar ook voor andere aandoeningen waarbij de slijmlaag is aangetast, zoals inflammatoire darmziekten.”