Een mammografie is voor vrouwen vaak onprettig en pijnlijk. Maar die pijn kan eenvoudig verminderd worden als vrouwen simpelweg een paracetamol innemen voorafgaand aan het borstonderzoek. Ruud Pijnappel, hoogleraar mammaradiologie van het UMC Utrecht, staat hier bij stil tijdens zijn oratie op 14 oktober.

Alle vrouwen tussen de 50 en 75 jaar krijgen eens in de twee jaar een oproep in de bus voor het bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Tijdens dat onderzoek wordt een mammografie gemaakt. Bij een mammografie wordt de borst platgedrukt tussen twee platen van plexiglas zodat er een röntgenfoto gemaakt kan worden. Op die röntgenfoto kunnen eventuele afwijkingen in  het weefsel in beeld worden gebracht. Hoe platter de borst, hoe beter de kwaliteit van de foto is. Dit onderzoek kan best pijnlijk zijn. “Van tevoren een paracetamol innemen kan die pijn eenvoudig verminderen,” aldus Pijnappel. Hij wil vrouwen dit advies graag meegeven. “Het maakt het onderzoek een stuk prettiger. Tijdens een behandeling bij de tandarts laten we ons tenslotte ook verdoven.”
 

Verbetermogelijkheden bevolkingsonderzoek

Pijnappel laat in zijn oratie zien dat vrouwen die aan alle rondes van het bevolkingsonderzoek meedoen vijftig procent minder risico lopen aan borstkanker te overlijden. Hij is dan ook voorstander van het bevolkingsonderzoek, maar ziet wel verbetermogelijkheden.

Eén van de verbetermogelijkheden heeft te maken met overdiagnose. Soms wordt er een kwaadaardige tumor ontdekt, waar de vrouw tijdens haar leven nooit last van zou krijgen. Bijvoorbeeld omdat zij eerder aan iets anders overlijdt, of omdat de tumor zo langzaam groeit dat de vrouw er nooit ziekteverschijnselen van zou krijgen. In het UMC Utrecht is onlangs een onderzoek gestart naar de groeisnelheid van borstkanker in relatie tot overleving. Pijnappel: “Hiervoor is het nodig dat alle data van het bevolkingsonderzoek voor wetenschappelijk onderzoek te kunnen gebruiken. Op dit moment is dat nog niet beschikbaar.”

Dan is er nog de groep vrouwen die te horen krijgt dat het bevolkingsonderzoek geen aanwijzingen voor borstkanker heeft opgeleverd, maar bij wie wel voor de volgende screeningsronde borstkanker wordt geconstateerd. Dit kan komen door een snelgroeiende tumor die er tijdens de screening gewoonweg nog niet was. Het kan ook zijn dat de tumor er al wel was, maar vanwege zeer compact borstweefsel niet te zien was. Bij ongeveer negen procent van de vrouwen is dat het geval. Voor deze groep wordt momenteel onderzocht of er andere technieken zijn die de tumor wel tijdig zichtbaar maken.

Het kan ook zo zijn dat bij vrouwen een afwijking gevonden wordt, maar dat na onderzoek gelukkig blijkt dat het om een goedaardige afwijking gaat. “Helaas keert deze groep vrouwen minder vaak terug naar de screening. Dat is zonde. De aansluiting tussen screeningscentra en ziekenhuizen kan in een aantal gevallen zeker beter. De kwaliteit van deze aansluiting tussen de screening en de ziekenhuizen zal de komende jaren goed onder de loep genomen moeten worden om een verbeterslag te realiseren”, aldus Pijnappel.