Mensen met een garnalenallergie zijn vaak ook allergisch voor meelworm, een alternatieve eiwitbron in bijvoorbeeld insectenburgers. Dit onderzoek bevestigt het belang van de Europese Novel Food Law. Daarin is geregeld dat introductie van zogenaamde ´novel foods´ pas mag plaats vinden nadat het allergene potentieel ervan goed is vastgesteld en het product veilig is bevonden. Deze conclusie trekt dermatoloog-in-opleiding Henrike Broekman van het UMC Utrecht, die op 23 mei op dit onderzoek promoveert.

Naar aanleiding van eerder laboratoriumonderzoek en signalen uit de praktijk onderzochten het UMC Utrecht en onderzoeksinstituut TNO op uitgebreide schaal het allergene potentieel van de meelworm (Tenebrio molitor). Hierbij ondergingen volwassen proefpersonen met een bewezen garnalenallergie een huidpriktest met extracten van meelwormen. Een deel van de proefpersonen deed ook mee aan een dubbelblinde, placebo-gecontroleerde voedselprovocatietest. Daarbij kregen patiënten met een garnalenallergie oplopende hoeveelheden vermalen meelworm in een snack te eten. Vervolgens werd onderzocht óf en bij welke hoeveelheid er een allergische reactie optrad. Het onderzoek werd deels gefinancierd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Meelwormallergie

Henrike Broekman vat samen: “Uit onze studies blijkt dat ongeveer 75 procent van de patiënten met een bekende garnalenallergie óók allergisch is voor meelworm. Verder zagen we dat het consumeren van meelworm óók bij personen zonder voedselallergie in de voorgeschiedenis een allergische reactie kan uitlokken. Tenslotte lijkt het er op dat patiënten die allergisch zijn voor huisstofmijt of pollen, óók allergisch kunnen zijn voor meelworm.”

Duurzame eiwitbron

Om de wereldwijde voedselvoorziening te kunnen blijven garanderen worden er alternatieve en duurzame eiwitbronnen ontwikkeld op basis van bijvoorbeeld insecten, koolzaad of algen. Hoewel in de Westerse samenleving het eten van insecten niet gebruikelijk is, zien de WHO/FAO het als een deeloplossing bij het tegengaan van ondervoeding. “Meelworm zit nu al in veevoer en speciaalzaken en supermarkten verkopen ze in toenemende mate als knapperige snack of als burger. Vandaar dat we ons in eerste instantie hebben gericht op dit insect”, aldus Broekman.

Consumentenveiligheid

Broekman vervolgt: “In het kader van consumentenveiligheid moeten deze nieuwe voedselbronnen natuurlijk wel voldoen aan eisen zoals die door voedselveiligheidsautoriteiten worden gesteld. Het specifiek testen op allergene eigenschappen vormt daarbij een belangrijk onderdeel van de toelatingsprocedure voor ‘novel foods’. Dit is in het belang van zowel de consument (die een kleiner risico loopt op blootstelling aan voedsel dat een allergische reactie kan oproepen) als van de producent (die vroegtijdig op de hoogte komt van het eventuele allergene potentieel van het product).”

Promotie

Henrike Broekman (Utrecht, 1980) promoveert op 23 mei 2017 aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift “Allergenic risks of mealworm and other insects - An approach to assess the risks of new food proteins in allergic patients”. Promotoren zijn prof. dr. A.C. Knulst en prof. dr. C.A.F.M. Bruijnzeel-Koomen (afdeling Dermatologie en Allergologie, UMC Utrecht). Copromotoren zijn dr. G.F. Houben en dr. K.C.M. Verhoeckx (TNO, Zeist). Henrike Broekman is begin 2017 gestart met haar opleiding tot dermatoloog in het UMC Utrecht.


Henrike Broekman