De angst voor anesthesie bij kinderen is groot onder ouders, maar kinderanesthesioloog dr. Jurgen de Graaff kan ze geruststellen met het nieuws dat anesthesie heel erg veilig is geworden. Uit een grote cohortstudie in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) te Utrecht, waar hij keek naar de bijdrage van anesthesie aan kindersterfte, bleek namelijk dat het risico op overlijden verwaarloosbaar klein is.

De Graaff is bij alle kinderen die tussen 2006 en 2012 in het WKZ (onderdeel van het UMC Utrecht) onder narcose zijn gebracht, na gegaan hoeveel van de patiënten binnen dertig dagen zijn overleden. Daarnaast stelde hij vast waaraan ze zijn overleden en of de oorzaak gerelateerd is aan de anesthesie of chirurgie. Het totaal aantal overledenen bleek te liggen op 42 op de 10.000 kinderen, een aantal dat overeen komt met onderzoek dat eerder in Australië is uitgevoerd. Het overgrote deel hiervan is echter te wijten aan de onderliggende aandoening van het kind. Bij slechts 1 op de 10.000 patiënten speelde óf de anesthesie óf de chirurgie voor een deel een rol bij de oorzaak van overlijden. De resultaten van de studie zijn online gepubliceerd in het British Journal of Anaesthesia.

Hard bewijs

“Ik ben gerustgesteld”, aldus hoofdonderzoeker De Graaff na zijn unieke studie onder 45.182 patiëntjes. “Gevoelsmatig wist ik het wel dat het goed zat, maar ik had geen hard bewijs. Nu wel. En dat is goed nieuws voor veel bezorgde ouders. Ik heb in de spreekkamer al verteld over de resultaten van dit onderzoek. Ze vinden het prettig om te horen dat de kans op overlijden door anesthesie nihil is. Dat stelt hen enorm gerust, omdat ze vaak banger zijn voor de anesthesie dan voor de operatie of onderliggende aandoening zelf.” Uit de resultaten bleek dat alleen zeer jonge of ernstig zieke kinderen en kinderen die een spoed- of hartoperatie moeten ondergaan, een verhoogd risico op overlijden hebben. “De ernstige complicaties zijn voor hen echter op één hand te tellen en bovendien hebben ze de operatie hard nodig. Ook deze ouders hoeven dus niet te vrezen voor de anesthesie”, zegt De Graaff.

De oorzaken voor de bevindingen dat anesthesie en operaties steeds veiliger zijn geworden, moeten volgens De Graaff worden gezocht in een combinatie van verbeteringen op het gebied van medicatie, behandeling, bewaking van vitale functies, klinische zorg en de specialistische opleiding van het personeel.

Geen kleine volwassene

Eerder telde De Graaff al het aantal complicaties bij operaties op kinderen in het WKZ. Hieruit bleek dat een kind geen kleine volwassene is en bovendien andere risico’s loopt. In Europa was echter nog nooit zo’n groot onderzoek naar de rol van anesthesie bij kindersterfte uitgevoerd, terwijl dit wel bekend is bij volwassenen. De Graaff: “Ik wilde dit weten. Hoe vaak gaat het specifiek bij kinderen mis? En kunnen wij als kinderanesthesiologen iets verbeteren? Complicaties tijdens de operatie bij kinderen leiden in het WKZ dus niet tot een verhoogd sterfterisico, het gaat niet mis. Ik heb geen vergelijkingsmateriaal, maar wij zijn op de goede weg.”

Referentie

Bruin L de, Pasma W, Werff DBM van der, et al. Perioperative hospital mortality at a tertiary paediatric institution. Br J Anaesthesia 2015;115:608-615

De Graaff zat dinsdag 6 oktober in het NOS Journaal.