De Europese Commissie heeft 2,3 miljoen euro toegekend aan borstkanker-onderzoekers van het UMC Utrecht. Het gaat om een internationale studie, waarbij wetenschappers proberen om uitzaaiing van borstkanker te voorkomen.

De andere onderzoeksinstituten die meedoen zijn gevestigd in Barcelona, Londen en Saarbrücken. In totaal kende de European Commission Research & Innovation een bedrag van 7,1 miljoen euro toe.

Patrick Derksen, die het Utrechtse deel van de studie uitvoert met collega-wetenschapper Johan de Rooij: “Bij invasief borstkanker heb je te maken met ‘leader cells’ in de tumor. Deze cellen hebben een specifiek repertoire aan eiwitten, waardoor ze aan hun omgeving kunnen binden. Hierdoor kan de kwaadaardige cel uit de tumor kruipen en zo naar andere delen van het lichaam uitzaaien, zoals de longen. We hebben wel een idee welke eiwitten hiervoor verantwoordelijk zijn, maar begrijpen nog niet welke combinatie van eiwitten nodig is voor uitzaaiing. Het onderzoek beoogt twee dingen. We moeten deze processen beter gaan begrijpen, zodat we weten waar we een spaak in het wiel kunnen steken. En dan een effectieve oplossing ontwikkelen. ”

Elk type borstkanker heeft zijn eigen (combinaties van) eiwitten. Als bekend is welke eiwitten op de tumor verantwoordelijk zijn voor het binnendringen van andere weefsels, dan kunnen de onderzoekers verder onderzoek doen naar het voorkómen van uitzaaiing. Een centraal onderzoeksdoel is het ontwikkelen van kunstmatige stukjes eiwit die de binding van eiwitten aan hun omgeving kunnen remmen: peptiden. Deze peptiden worden activeerbaar en op maat gemaakt door de consortium partners. De Rooij en Derksen verwachten op termijn in staat te zijn om de peptiden ‘aan te zetten’ in de tumor m.b.v. een laser. Daarmee zouden de eiwitten op de leader cells geremd kunnen worden. De kankercellen zijn dan niet meer in staat om in andere weefsels te kruipen.

“We gaan eerst proberen in kaart te brengen hoe de eiwitten verantwoordelijk zijn voor het uitzaaien van de tumor. Als dat lukt dan hopen we in de toekomst per borstkanker type te kunnen voorspellen welke peptide nodig is voor de behandeling en hoe behandeld moet worden.” Om deze behandeling optimaal te kunnen klaarstomen voor toepassing bij patiënten, maken De Rooij en Derksen gebruik van specifieke modellen. Hierbij worden b.v. stukjes tumor in het lab gekweekt en bestudeerd (organoiden), of worden speciale muizen gebruikt die borstkanker ontwikkelen dat erg lijkt op dat bij de mens.