Het lijkt alsof je de ‘mondige ouder’ steeds vaker tegenkomt in de media. Vaak in één adem genoemd met bureaucratie en bezuinigingen, als reden waarom het werk in onderwijs en zorg zo zwaar geworden is. Ik zie een beeld van ouders die het helemaal voor elkaar hebben in het leven, alles in eigen hand hebben en verwachten dat  ze dat op school ook wel even kunnen regelen. Ze zullen er zeker zijn, de veeleisende ouders, en dat zal niet makkelijk zijn als je voor een klas staat met dertig kinderen en het voor iedereen goed wilt doen. Juist ook voor de kinderen met minder mondige ouders.

Als ik lees over de veeleisende ouders, vraag ik mezelf af of ik me nu ook aangesproken moet voelen. Want mondig ben ik in de afgelopen jaren wel geworden. Ik ken inmiddels aardig wat ouders, met kinderen waar iets extra’s nodig is om tot ontwikkeling te komen, bijvoorbeeld vanwege autisme of ADHD. Ouders die bijzonder ‘bureaucratisch-vaardig’ moeten zijn, die zich moeten laten horen, zodat hun kinderen niet tussen wal en schip raken.

Continuïteit

Als ik terugkijk naar de afgelopen jaren ging het bij ons bijvoorbeeld om het verschil tussen thuis verder wegzakken in somberheid, of een betekenisvolle dagbesteding. Dan doe je als ouder wat nodig is, ook als je harder moet roepen dan wat eigenlijk bij je past. We hebben ons ook nog wel eens hard gemaakt om bij dezelfde fijne psychiater te blijven, omdat continuïteit zo belangrijk is, zeker bij autisme. Het heeft overigens niet kunnen voorkomen dat er al tien psychiaters als behandelaar bij mijn zoon in beeld zijn geweest (en dan tel ik het veelvoud aan waarnemers, crisisartsen en arts-assistenten niet mee). Voor die zoon, opgenomen en net 18 geworden, maken we ons nu sterk zodat hij ook na zijn 18e nog op de jongerenafdeling kan blijven. Juist omdat hij in z’n leven al zoveel verschillende plekken heeft gezien. Terwijl we naar een goede woonplek zoeken, hij even op dezelfde plek kan blijven en niet weer hoeft te verkassen naar een andere afdeling, met weer andere verpleging. Dan ben je opeens zelf weer die mondige ouder, die als een leeuw voor z’n welpen staat. Niet leuk, wel nodig.

Anders

Soms vergeet je bijna dat het ook anders kan. In de vakantieperiode belde ik het wijkteam, voor een belangrijke vraag. Onze eigen contactpersoon was op vakantie en ik was al gewapend om het gesprek aan te gaan. Maar Dennis van het wijkteam, die we nog helemaal niet kenden, luisterde naar onze vraag en had binnen 24 uur gezorgd voor een oplossing. Op school krijgt passend onderwijs voor onze jongste zoon nu echt vorm. Dat is spannend, want is voor hem heel fijn als het lukt om op zijn eigen bekende school in de buurt te kunnen blijven. Er moet ook echt nog het nodige financieel geregeld worden, maar daar hoef ik dit keer niet zelf achteraan. Met school praten we over hoe het met onze zoon gaat en hoeven ons verder niet te verliezen in bureaucratie. Dat voelt fijn, zoveel lichter ook, het slaapt beter en je hoeft je eens geen veeleisende ouder te voelen.

Ik zie echt wel ouders op school, in de zorg, op de sportclub die altijd wat bijzonders willen en het er niet leuker of makkelijker op maken. Maar ik zie ook de andere kant van de medaille. Ouders, die moegestreden voor hun kinderen blijven opkomen en die dolgraag zouden willen dat ze af en toe wat minder mondig hoefden te zijn.

 

Peter is getrouwd met Bertine en heeft zoons in de leeftijd van 6 tot 19 jaar. Vier jongens met ieder hun eigenheid; slim, vrolijk, serieus, eigenwijs, onhandig, handig. Drie zijn gediagnostiseerd met een vorm van autisme.

Peter werkt als informatiemanager en zingt in zijn vrije tijd. Hij is ook lid van de Familieadviesgroep die de afdeling Psychiatrie bijstaat. Peters verhalen zijn eerder gepubliceerd in LMA magazine, het tijdschrift van de Stichting Leven Met Autisme .