Kransslagader chirurgie kan cognitieve achteruitgang tot gevolg hebben. Deze complicatie wordt over het algemeen toegeschreven aan het gebruik van de hart-longmachine. Volgens een door onderzoekers van het UMC Utrecht zojuist gepubliceerde studie in JAMA treedt cognitieve achteruitgang op lange termijn even vaak op na een kransslagader-operatie met gebruik van de hart-longmachine, als zonder gebruik van de hart-longmachine.
Door het beschikbaar komen van stabilisatoren waarmee op het kloppende hart geopereerd kan worden, kan het gebruik van de hart-longmachine tegenwoordig vaak vermeden worden. De wereldwijd meest gebruikte stabilisator voor het kloppende hart is de zogeheten Octopus, die tien jaar geleden in het UMC Utrecht is uitgevonden. Ondanks het gebruik van de Octopus stabilisator is bypass chirurgie op het kloppende hart moeilijker dan op een stilstaand hart, waarbij de functie van hart en longen tijdelijk is overgenomen door de hart-longmachine. Daardoor is het onzeker of de kwaliteit van omleidingen die op een kloppend hart zijn gemaakt wel vergelijkbaar is met die van omleidingen die geconstrueerd zijn op een stilstaand hart, met gebruik van de hart-longmachine.
De Octopus Studie Groep uit het UMC Utrecht heeft tussen 1998 en 2000 281 patienten gevraagd om mee te doen aan de Octopus studie, waarbij door loting bepaald werd of zij een bypass operatie met of zonder hart-longmachine kregen. Vijf jaar nadien werden alle patiënten uitgenodigd om hun cardiale en cognitieve toestand te laten onderzoeken.
Na 5 jaar waren er nog 260 patienten in leven. Bij 240 daarvan kon de cognitieve toestand worden gemeten met behulp van een serie neuropsychologische testen. Van de patiënten die zonder hart-longmachine geopereerd waren had 33 procent cognitieve achteruitgang. Van de patiënten die met hart-longmachine geopereerd werden had 35 procent cognitieve achteruitgang. Een cardio-vasculaire complicatie (sterfte, hartinfarct, beroerte, een dotterbehandeling, of een nieuwe bypass operatie) was opgetreden bij 21 procent van de patiënten die zonder hartlongmachine geopereerd waren en 18 procent van de patiënten die met hart-longmachine geopereerd waren. Deze minimale verschillen tussen de twee behandelgroepen waren statistisch niet significant. Ook bestond er geen verschil tussen de groepen in het voorkomen van angina pectoris of in kwaliteit van leven.
De onderzoekers concluderen dat er geen verschil bestaat in cognitieve of cardiale uitkomsten, vijf jaar na een bypass operatie met of zonder hart-longmachine. Wat betreft de cardiale uitkomsten is dit geruststellend, omdat er zorg bestond over de kwaliteit van de omleidingen die op het kloppende hart zijn geconstrueerd. Wat betreft de cognitieve uitkomsten zijn de onderzoekers teleurgesteld, omdat het vermijden van de hart-longmachine niet tot gunstiger resultaten heeft geleid. Een verklaring kan zijn dat cognitieve achteruitgang niets te maken heeft met de hart-longmachine, maar het gevolg is van de anesthesie of van de ontstekingsreactie die met iedere grote operatie gepaard gaat. Nog waarschijnlijker echter is dat de cognitieve achteruitgang toe te schrijven is aan natuurlijke cerebrale veroudering, die wellicht iets sneller optreedt bij patiënten met ernstige atherosclerose dan bij gezonde personen.
Voor nadere informatie:
UMC Utrecht, In- en Externe Communicatie
Brigitte Lobee en Annette Aarts, tel. 088 75 585 80 of 088 75 563 71.