Theoretisch gedeelte Het curriculum voor het schooljaar 2010-2011 is geheel herzien. De opleiding is modulair opgebouwd. Een deel van de theorie is zelfstudie en je werkt in groepen samen aan opdrachten of projecten. Het theoretische deel van de opleiding omvat de volgende modulen:
- Module 1: de kwetsbare oudere: o.a. de oudere zorgvrager, ontwikkelingen in de geriatrie, diagnostiek en meetinstrumenten en lichamelijk disfunctioneren, met aandacht voor ziektebeelden en anatomie en fysiologie.
- Module 2: geestelijk disfunctioneren: o.a. delier, dementie en depressie worden uitgebreid behandeld, met daarnaast aandacht voor gedragsproblemen en communicatieve vaardigheden, alcoholproblematiek en eenzaamheid.
- Module 3: patiëntveiligheid: o.a. polifarmacie en medicijnwerking, vallen en valpreventie, overige disciplines in de zorg en vrijheidsbeperkende maatregelen.
- Module 4: palliatieve zorg en psychosociale begeleiding: o.a. mantelzorg, psychosociale begeleiding, oudermishandeling, seksualiteit, palliatieve zorg, euthanasie en ketenzorg.
- Daarnaast wordt de module verdieping professioneel handelen gegeven. In deze module komen onderwerpen als klinisch redeneren, patiëntveiligheid, kwaliteitsverbetering en evidence based practice uitgebreid aan bod.
Praktijkleren
Het leren in de praktijk, tijdens het dagelijks werk als verpleegkundige, is essentieel om een goed opgeleide gespecialiseerd verpleegkundige te worden. Dit praktijkleren (ook wel werkplekleren genoemd) is om die reden, naast het theoretische deel van de opleiding, een wezenlijk onderdeel van de opleiding. Het praktijkleren is ingedeeld in een aantal thema’s die belangrijk zijn voor het vak. Binnen ieder thema zijn leerdoelen, kenmerkende beroepssituaties, en toetsen beschreven. De thema’s voor de klinische geriatrie zijn: de kwetsbare oudere, lichamelijk disfunctioneren, geestelijk disfunctioneren, sociale problematiek, palliatieve zorg en patiëntveiligheid.
Je maakt zelf een plan op welke manier je aan dit praktijkleren gaat werken. In een portfolio houd je de vorderingen bij. Om je bij het leren in de praktijk te ondersteunen ontvang je een praktijkopleidingsboek met toets- en begeleidingsinstrumenten.
Afhankelijk van de instelling waarin het praktijkleren plaatsvindt, loop je één of meerdere stages om voldoende kenmerkende beroepssituaties te behalen.