1. Beroepsvoorbereidende periode (BVP)
Of je nu de opleiding van operatieassistent of die van anesthesiemedewerker doet: de eerste leereenheden (een half jaar) zijn voor beide opleidingen gelijk. Je leert basiszorg te verlenen in de operatiekamer van een ziekenhuis. Alle leereenheden sluiten af met theorietoetsen en een praktijkbeoordeling.
2. Beroepsspecifieke periode
Door het verschil in eindtermen van beide opleidingen worden in de tweede fase van de BVP beide beroepsgroepen afzonderlijk opgeleid en maak je je specifieke beroepsvaardigheden eigen.
- Als anesthesiemedewerker krijg je inzicht in het geheel van factoren dat bepalend is voor de verlangde kwaliteit van de patiëntenzorg op anesthesiologisch gebied. Je leert verschillende medisch ondersteunende taken binnen de anesthesiologische praktijkvoering in teamverband deskundig uit te voeren.
- Als operatieassistent krijg je inzicht in het geheel van factoren dat bepalend is voor de verlangde kwaliteit van de patiëntenzorg op pre-, per- en postoperatief gebied. Je leert verschillende medisch ondersteunende taken voor een chirurgisch onderzoek of behandeling van patiënten in teamverband deskundig uit te voeren.
3. Afsluitende fase
In deze fase ga je verder met jezelf te professionaliseren als anesthesiemedewerker of operatieassistent. Deze fase sluit je af met het afstuderen.