Tijdens hun opleiding worden aankomend artsen opgeleid en beoordeeld op het gebied van professioneel gedrag. Dat gebeurt in de vorm van reflectie, feedback, feedbackgesprekken en beoordelingsgesprekken tijdens onderwijs en coschappen. Deze worden uitgevoerd door docenten of door de artsen (arts-assistent of medisch specialist) van de afdeling waar de co-assistent is ingedeeld. De beoordeling wordt uitgevoerd aan de hand van de “Amsterdamse Lijst”; de AMC Attitude en Communicatie Schaal (de AACS). Dit is een gedragsobservatielijst bestaande uit negen verschillende aspecten van professioneel gedrag; deze gaan over communicatie met patiënten en met collega's, en over hoe de co-assistent omgaat met het werk en met zichzelf.
Professioneel gedrag wordt gedefinieerd als: “observeerbaar gedrag waarin normen en waarden van de beroepsuitoefening zichtbaar zijn”. Niet alleen wát de arts doet telt, maar ook hóe hij of zij dit doet. Artsen hanteren op het gebied van communicatie en attitude vaak hun eigen “gouden standaard” voor wat goed is en wat niet.
In deze training wordt aan de hand van een videoband geoefend met en uitgewisseld over het hanteren van de Amsterdamse lijst. De basisprincipes van reflectie en feedback en het voeren van een slecht nieuws gesprek komen aan de orde. De deelnemer wordt in de gelegenheid gesteld te oefenen met het geven en ontvangen van feedback en het uitvoeren van feedback- en beoordelingsgesprekken.
Na de trainingsbijeenkomst bestaat voor iedere cursist de mogelijkheid om aan de hand van een video opname persoonlijke feedback te ontvangen van de docenttrainers.