
Sabine Prevaes werkt sinds juli 2010 bij de afdelingen kinderlongziekten, en kinderinfectieziekten en –immunologie als arts-onderzoeker. Voor het dr. SNUIT (Studie NeusUITstrijkjes bij baby’s) onderzoek bestudeert zij de mogelijke verschillen tussen pasgeboren gezonde kinderen en kinderen met CF in dragerschap van virussen en bacteriën in de neus-keelholte en de relatie met luchtweginfecties.
Achtergrondinformatie
De eerste weken en maanden na de geboorte nestelen vele soorten bacteriën zich op en in het lichaam, onder andere in de neus-keelholte. Deze bacteriën zijn meestal zeer nuttig en onder andere nodig om ons afweersysteem te trainen en ons te beschermen tegen ziekmakende bacteriën en virussen van buitenaf. Echter, als het evenwicht tussen de bacteriën verstoord wordt door invloeden van buitenaf, door virussen, of doordat het afweersysteem minder goed functioneert, kunnen sommige van deze bacteriën ook een infectie veroorzaken, bijvoorbeeld van de luchtwegen (verkoudheid, oorontsteking, longontsteking). We denken dat bij mensen met taaislijmziekte bacteriën uit de neus-keelholte uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor infecties van de longen.
Daarnaast weten we dat het gebruik van antibiotica bijv. tijdens luchtweginfecties effect kan hebben op de samenstelling en eigenschappen van de bacteriën in de darmen. Met het dr. SNUIT onderzoek willen we inzicht krijgen in het samenspel tussen deze bacteriën in de darmen en de luchtwegen. In de laatste plaats zijn we geïnteresseerd of er verschil bestaat in reactie van het afweersysteem op pneumokokken(vaccinatie) tussen kinderen met en zonder de ziekte. Dit kunnen we meten in speeksel.
Doel van het onderzoek
Door het uitvoeren van dit onderzoek verkrijgen we inzicht in de (mogelijke) verschillen in dragerschap van bacteriën en virussen in de neus-keelholte tussen gezonde kinderen en kinderen met taaislijmziekte en welke rol dit speelt in het ontstaan van luchtweginfecties bij deze kinderen. Deze inzichten kunnen hopelijk leiden tot aangepaste of vroegtijdige behandelingen van kinderen met taaislijmziekte, met het doel het aantal en de ernst van luchtweginfecties te verminderen.
Onderzoeksvragen op een rij
1. Welke bacteriën nestelen zich in de neus-keelholte kort na de geboorte en hoe verhouden die bacteriën zich ten opzichte van elkaar? Hoe verandert dit patroon in de loop van de tijd, en is dit anders bij CF kinderen dan bij kinderen zonder CF?
2. Wat gebeurt er voor, tijdens en na een (acute) luchtweginfectie met dit patroon aan bacteriën? Wat is de invloed van antibiotica op het samenspel van bacteriën in de darmen en luchtwegen.
3. Welke rol spelen virusinfecties hierbij?
Methode
Bij de kinderen met taaislijmziekte zal tot de leeftijd van 3 maanden wekelijks en daarna tot de leeftijd van 6 maanden 1 x per maand, tot de leeftijd van 12 maanden 1 x per 2 maanden en tot de leeftijd van 18 maanden 1 x per 3 maanden door de (onderzoeks)verpleegkundige bij u thuis een neus-keelwat worden afgenomen van uw kind. Ten tijde van luchtweginfecties (neusverkoudheid, longonsteking), een oorontsteking of keelonsteking zal er een extra neus-keelwat afgenomen worden. In de gezonde groep kinderen wordt deze neus-keelwat met dezelfde frequentie afgenomen alleen in de eerste 3 maanden niet wekelijks, maar maandelijks. Rondom elke neus-keelwat afname zullen we ouders vragen een portie ontlasting te bewaren.
Te verwachten resultaten We verwachten meer te weten te komen over dragerschap van bacteriën en virussen in de neus-keelholte in pasgeboren gezonde kinderen en kinderen met CF, en welke invloed die hebben op het ontstaan van luchtweginfecties.
Bijlage
- Infoboekje Dr. SNUIT
- Planning polihuisbezoeken