Het witte bloedcel project en de eerste resultaten

Ontsteking (inflammatie) en CFTR eiwit

SuzanneTerheggenLagro1Achtergrond
Mijn promotieonderzoek dat in september 2006 is afgerond, richtte zich op de rol van ontsteking (inflammatie) en witte bloedcellen (afweercellen en dan specifiek neutrofielen) op luchtwegklachten van kinderen met cystic fibrosis (CF). Uit dit onderzoek is gebleken dat CF-neutrofielen actiever en meer reactief zijn. Dit is al zichtbaar bij klinisch stabiele jonge kinderen met een normale longfunctie, die geen tekenen van een bacteriële infectie van de longen hebben en lijkt deels in de cel zelf te zitten. Daarnaast kan inflammatie buiten de long worden gemeten in zowel bloed als uitademingslucht en kinderen met CF hebben verhoogde inflammatie markers vergeleken met gezonde kinderen. Tot slot bleek dat behandeling met inhalatiecorticosteroïden (beclometason dipropionaat) van jonge kinderen met CF de longfunctieachteruitgang en inflammatie gemeten in bloed remt.




Mijn nieuwe onderzoekslijn is gericht op het meten van Cystic Fibrosis Transmembrane Regulator (CFTR) eiwit in neusepitheel- en bloedcellen van patiënten met CF.

CF wordt veroorzaakt door afwijkingen in het Cystic Fibrosis Transmembrane Regulator (CFTR) gen, gelegen op chromosoom 7. De meest voorkomende afwijking in het CFTR-gen is de deltaF508 verandering en ongeveer 60% van de kinderen met CF in het CF-centrum Utrecht heeft deze verandering op beide chromosomen. Het CFTR-gen is de bouwtekening voor het CFTR-eiwit dat weer werkt als een chloorkanaal in allerlei lichaamscellen. Dit chloorkanaal is nodig om het slijm dat zich in allerlei organen van ons lichaam bevindt vloeibaar te houden. Het CFTR-chloorkanaal zit in de longen, darmen, lever en neus, maar ook in afweercellen in bloed. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over de oorzaak van de verschillen in beloop in de tijd tussen verschillende patiënten met eenzelfde erfelijke verandering in het CFTR-gen. Ook is het zo dat de erfelijke verandering niet altijd goed overeenkomt met wat patiënten aan problemen tegenkomen. We vermoeden dat de hoeveelheid CFTR-eiwit in de cellen van patiënten met eenzelfde erfelijke verandering verschilt en dat dit grotendeels de verschillen in beloop van de ziekte CF in de tijd kan verklaren.

De behandeling van CF is momenteel gericht op het voorkomen van infecties met behulp van antibiotische behandeling oraal, via het infuus of via verneveling. Daarnaast kunnen CF-patiënten baat hebben bij middelen die de inflammatoire reactie kunnen remmen zoals prednison en ibuprofen.
Dit zijn echter middelen met bijwerkingen en worden niet standaard gebruikt. Nieuwe therapieën die momenteel ontwikkeld worden richten zich op het onderliggende probleem, namelijk het afwijkende en niet goed werkende CFTR-eiwit. De eerste onderzoeken naar het effect van deze nieuwe medicijnen bij CF-patiënten zijn net van start gegaan. Het kunnen meten van de hoeveelheid CFTR-eiwit in cellen van CF-patiënten is een belangrijke maat voor effect van deze nieuwe therapieën.

Doel van dit onderzoek:
  • meten van CFTR-eiwit in neuseptiheelcellen en afweercellen uit bloed van patiënten met CF
  • inzicht verkrijgen in relatie tussen de hoeveelheid CFTR-eiwit en klinische waarden
  • betrouwbare test ontwikkelen om CFTR te meten voor toekomstige klinische trials.
















Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden