Nieuwe diagnostische methoden

Jeffrey Beekman werkt sinds 2008 op de afdeling Kinderlongziekten als moleculair bioloog. Hij is gepromoveerd op de afdeling immunologie van het UMC Utrecht onder leiding van Prof.dr. J.G.J. van de Winkel en Dr. J.H.W. Leusen. Na een postdoc op het centraal hematologisch lab in het Radboud UMC, deed hij een tweede postdoc bij Prof. Dr. P.J. Coffer waar hij bloedstamcel differentiatie onderzocht.
In samenwerking met Dr. S. Terheggen-Lagro en Prof.dr. C.K. van der Ent geeft hij nu richting aan het ontwikkelen van (nieuwe) diagnostische methoden voor CF en zoekt hij naar nieuwe pathofysiologische mechanismen bij CF en probeert deze te transleren naar nieuwe klinische toepassingen.

We proberen een aantal nieuwe onderzoekslijnen op te zetten, die bedoeld zijn om de behandelopties bij CF te vergroten. Per onderzoekslijn is het tijdframe waarin resultaten van ons onderzoek mogelijk zijn terug te vinden in de kliniek anders.

Met Marit van Meegen (arts-onderzoeker) proberen we of CFTR-metingen in neusepitheel van patiënten van diagnostische waarde zijn in het voorspellen van klinisch beloop en therapiegevoeligheid. Daarnaast probeert ze op een overtuigende manier CFTR aan te tonen in immuunweefsel. Een intrinsieke verstoring van het immuunsysteem zou namelijk een rol kunnen spelen in het CF-ziektebeeld.
Samen met Lodewijk Vijftigschild, een biochemicus, proberen we wat langere termijn projecten van de grond te krijgen. Zo proberen we fluorescente sensoren te maken die CFTR-kanaal-activiteit meten, zodat we op een snelle manier biologische componenten kunnen testen voor hun vermogen CFTR-activiteit te moduleren. Daarnaast proberen we een fluorescente sensor te maken die CFTR-locatie in de cel kan weergeven. Ook zijn we bezig nieuwe monoclonale antistoffen (mAb) tegen CFTR op te wekken. Een sterk bindend CFTR-specifiek mAb dat CFTR op de plasma-membrane kan herkennen is hierbij het eerste doel. In de moleculaire biologie moet je, voordat biologische vragen getoetst kunnen worden, eerst een hele toolkit maken.
Dat gaat goed, en dit jaar verwachten we eindelijk wat biologische vragen te kunnen testen.

Het komend jaar ga ik ook samen met Paulien van Leeuwen kijken naar interacties in CF tussen inspanning enerzijds en immunologische parameters anderzijds. Als voorbeeld willen we kijken of activatiemarkers door inspanning geregeld worden, maar ook de opsonizerende werking van serum ten opzichte van pseudomonas of andere micro-organismen.

Op nog langere termijn hopen we nieuwe mechanismen te beschrijven die verstoort zijn bij CF. Dit jaar willen we een OIO aannemen, die zich gaat richten op biologische paden die CFTR-expressie en activatie reguleren en op de basale vraag wat er in een CFTR-mutante cel allemaal anders is. Daarnaast willen we aan de slag met afweercellen die CFTR tot expressie brengen. Wat is de functie van CFTR in het afweersysteem en via welke mechanismen werkt dit? Naast studies in epitheel en immuunweefsel, willen we ook CFTR bestuderen in induced progenitor cells. Deze cellen kunnen uit patiënten gegenereerd worden in vitro en kunnen worden gedifferentieerd naar meerdere typen weefsel. Dit doen we in samenwerking met de afdelingen Metabole- en Endocrine Ziekten (Dr. Brenkman) en kinderen (Dr. K. Braat) binnen het Center for Molecular and Cellular Intervention dat Prof. Coffer en Prof. Prakken hebben opgezet. Een hoop te doen nog, to be continued…
Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden