Allergische Bronchopulmonale Aspergillose (ABPA)

Bij 10 % van de CF-patiënten kan een allergische reactie van de long op bepaalde schimmels in het sputum optreden. Het gaat hier om een allergische bronchopulmonale aspergillose (ABPA).

ABPA kan zich op verschillende manieren uiten. Meestal bent u benauwd, gaat u meer hoesten of heeft u astmatisch aandoende klachten (piepende ademhaling en aanvalsgewijze kortademigheid). Soms ook voelt u zich grieperig/beroerd en heeft u een verhoogde temperatuur. U kunt spoortjes bloed opgeven in het sputum. Een belangrijk verschijnsel bij het optreden van ABPA is dat de longfunctie achteruit gaat. De klachten nemen meestal niet of weinig af door behandeling met antibiotica.

Het stellen van de diagnose ABPA is niet zo eenvoudig. Meestal duurt het wel een aantal weken voordat de diagnose met zekerheid gesteld kan worden. Voor het stellen van de diagnose is bloedonderzoek, een röntgenfoto van de longen en longfunctie-onderzoek noodzakelijk. Soms is het ook nodig om het bloedonderzoek na verloop van enige tijd nog eens te herhalen, voordat duidelijk is dat ABPA echt de oorzaak is van bepaalde klachten.

Wanneer er sprake is van ABPA, moet er behandeld worden met Prednison. Meestal krijgt u tweemaal per dag een tablet, gedurende een aantal weken. Afhankelijk van de snelheid waarmee de klachten en verschijnselen verdwijnen, kan hierna, heel geleidelijk, de dosering weer afgebouwd worden.

Bij het afbouwen van de dosering Prednison kunnen soms de klachten weer terugkeren. Daarom is het belangrijk dit heel geleidelijk te doen. In de praktijk blijkt dat veel patiënten met ABPA de Prednison-behandeling gedurende maanden nodig hebben. Ook wanneer de medicijnen met succes zijn afgebouwd en gestopt, kunnen de klachten soms toch weer terugkomen. Soms lukt het dan wel met een antischimmelmiddel het opnieuw opflakkeren van de ABPA te voorkomen. Dit middel (Trisporal) is in drank- en tabletvorm verkrijgbaar. Behalve soms misselijkheidsklachten geeft dit middel in de praktijk vrijwel nooit bijwerkingen. Meer informatie over dit middel leest u in de bijsluiter. Het lijkt er dus op dat Prednison de ABPA wel succesvol kan onderdrukken, maar niet genezen.

Prednison kan, zeker bij gebruik langer dan enkele weken, een aantal vervelende bijwerkingen hebben. De belangrijkste zijn: botontkalking, hoge bloeddruk, suikerziekte en maagklachten. U vindt in de bijsluiter nog een aantal andere bijwerkingen. Omdat Prednison relatief veel bijwerkingen geeft, moet er voor het starten een goede afweging worden gemaakt: hoe zeker is de diagnose ABPA, hoeveel klachten geeft het en is er veel verlichting te verwachten door behandeling met Prednison? Als u samen met uw behandelend arts kiest voor behandeling met Prednison, dan zullen er regelmatig extra controles worden uitgevoerd: de bloeddruk wordt gemeten, het bloed wordt van tijd tot tijd nagekeken en soms zijn botfoto’s nodig. In enkele situaties zijn aanvullende medicijnen nodig om de bijwerkingen te bestrijden. Omdat ABPA een allergische reactie is op bepaalde schimmels (Aspergillus fumigatus) wordt naast Prednison ook vaak een schimmeldodend middel gegeven.


Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden