Behandeling van een klaplong (pneumothorax)

Bij een klaplong (= pneumothorax) knapt een longblaasje, zodat er lucht komt tussen de borstwand en de long (aan de linker- of rechterzijde). Hierdoor valt de long aan die kant geheel of gedeeltelijk samen. U ervaart een plots optredende kortademigheid en/of pijn op de borst of in de schouder aan de kant van de klaplong.

De behandeling van een klaplong is verschillend. Hebt u weinig klachten en is er maar een klein deel van de long samengevallen, dan is een medische ingreep niet nodig. Meestal “ontplooit” de long zich dan in enkele dagen tot weken. In de tussentijd dient u zichzelf enigszins te ontzien
(niet zwaar tillen, niet extreem sporten).

Is er een groter deel van de long samengevallen of hebt u veel klachten, dan brengt de longarts onder plaatselijke verdoving een dun slangetje aan, in de ruimte tussen de samengevallen long en borstwand. De lucht, die zich hier bevindt, zuigt hij weg zodat de long zich weer volledig ontplooit. Het slangetje (de luchtdrain) blijft zitten totdat na een paar dagen het lekke longblaasje is genezen.

Als opnieuw aan dezelfde kant een klaplong optreedt, dan is de behandeling er op gericht een verkleving tussen de long en de borstwand te bewerkstelligen. Dit voorkomt een derde klaplong. Deze behandeling wordt door middel van een kijkoperatie onder algehele anesthesie uitgevoerd.

Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden