Levercirrose

Bij Cystic Fibrosis is vooral bekend dat het slijm in de longen anders is samengesteld en taaier is dan normaal. Dit geldt echter ook voor het slijm in andere organen zoals de alvleesklier en de lever.

De lever is een orgaan dat rechts boven in de buik ligt en dat een belangrijke rol speelt in het verwijderen van afvalstoffen uit het bloed. De lever produceert ook galsappen die via hele kleine kanaaltjes en de galblaas in de darm worden afgescheiden. Galsappen zijn nodig bij de vertering van vet. Wanneer deze galsappen door het slijm in de darm een andere samenstelling krijgen en minder vloeibaar worden, kan dit leiden tot verstopping en beschadiging van de kleine kanaaltjes in de lever. Dit kan uiteindelijk een beschadiging van het leverweefsel (levercirrose) en een verstoorde leverfunctie veroorzaken. Beschadigingen aan de lever kunnen geleidelijk optreden zonder dat u er iets van merkt. Daarom is het belangrijk om met enige regelmaat de leverfunctie in het bloed te laten meten. Bij de jaarlijkse controle tijdens het multidisciplinair spreekuur wordt bij iedere patiënt met CF standaard naar de leverfuncties gekeken. Hierdoor kan ook bij patiënten zonder klachten in een vroeg stadium eventuele leverbeschadiging worden ontdekt. Als uit bloedonderzoek blijkt dat uw lever minder goed functioneert, zal uw arts met behulp van een echografie onderzoeken of het leverweefsel beschadigd is.

Echografie van de lever is een pijnloos onderzoek waarbij de radioloog een apparaatje over de bovenbuik beweegt. Dit apparaatje zendt geluidsgolven uit die door de lever worden teruggekaatst. Hiermee kan het leverweefsel op een computerscherm zichtbaar worden gemaakt. 

Als er sprake is van leverfunctiestoornissen en levercirrose krijgt u medicijnen. Het belangrijkste medicijn hiervoor is ursodeoxycholzuur. Dit middel verandert de samenstelling van de galsappen en maakt deze minder taai. Hiermee wordt het proces van leverbeschadiging afgeremd en soms zelfs stopgezet. Regelmatige controle van de leverfunctie blijft na het starten van deze medicijnen noodzakelijk. Ursodeoxycholzuur heeft slechts zeer zelden bijwerkingen (diarree en jeuk komen soms voor). Als deze bijwerkingen optreden kunt u overleggen met uw behandelend arts of de dosis aangepast kan worden of dat u enige tijd kunt stoppen.

Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden