Zuurstof wordt via de longen in het bloed opgenomen en vervoerd naar de organen (bijvoorbeeld het hart, de spieren, hersenen, lever enz.) waar het nodig is voor de energievoorziening in deze organen. Zuurstof wordt in de organen gebruikt en verbrand. Daarbij wordt koolzuur gevormd. Dit wordt via het bloed weer naar de longen teruggevoerd en daar uitgeademd. Dit proces heet gaswisseling (zuurstofopname en koolzuuruitademing via de longen).
Als uw longfunctie slechter wordt, ontstaat in eerste instantie een zuurstoftekort in het bloed. De verslechterende longfunctie leidt op den duur tot zoveel weerstand in uw luchtwegen dat de ademhalingsspieren overbelast worden en niet meer goed hun werk kunnen doen. Hierdoor wordt koolzuur onvoldoende uit de longen afgeblazen. Bij een dergelijk slechte longfunctie hebt u naast het tekort aan zuurstof een teveel aan koolzuur in uw bloed. Er is dan sprake van totale respiratoire insufficiëntie.
Soms kan zo’n respiratoire insufficiëntie tijdelijk optreden, bijvoorbeeld tijdens een ernstige luchtweginfectie. Zo kan een CF-patient met een matige longfunctie, ten tijde van een luchtweginfectie, een zuurstoftekort en een te hoog koolzuurgehalte in het bloed hebben. Wordt de luchtweginfectie behandeld en verbetert daardoor de longfunctie, dan verdwijnt de extra belasting voor de ademspieren en wordt het koolzuurgehalte in het bloed weer normaal.
Als uw longfunctie door teveel infecties zo slecht is, dat de ademhalingsspieren chronisch tekort schieten, dan houdt dit automatisch in dat het koolzuurgehalte in het bloed chronisch te hoog is. Als het koolzuurgehalte blijvend sterk verhoogd is dan zult u dit zeker merken en ontstaat er een levensbedreigende situatie. Staat u op de wachtlijst om een dubbelzijdige longtransplantatie te ondergaan, dan zal uw arts een ondersteunende beademing via een neusmasker aanbieden. Hiermee kan uw levensduur gerekt worden tot de dag van transplantatie.
Hoe ziet deze beademing eruit?
De neuskapbeademing is voor de nacht bedoeld en wordt door de meeste patiënten na enige oefening, goed verdragen. In eerste instantie wordt overdag geoefend. U bent wakker en krijgt naast uw bed een beademingsapparaat dat de grootte heeft van een flinke schoenendoos. Dit apparaat is via een slangensysteem verbonden met het neusmasker, dat u zelf opzet. Het apparaat past zich aan uw eigen ademhaling aan.
Tijdens de inademing blaast het apparaat extra lucht in. Hierdoor worden uw inademingspieren enigszins ontlast. De bedoeling is met deze neuskapbeademing de ademspieren te laten rusten en uw ademhaling te verbeteren. Als u na deze oefeningen overdag gewend bent aan de neuskapbeademing, dan gaat u over op beademing terwijl u slaapt. Hierdoor voelt u zich ‘s ochtends fitter en kunnen de “uitgeruste” ademspieren overdag beter werken. De neuskapbeademing is dan overdag niet nodig.