Neuspoliepen

Net als in de longen en andere organen (alvleesklier, lever) is de samenstelling van het slijm in de neus bij patiënten met CF anders dan bij gezonde mensen. Hierdoor kunnen verstoppingen van de neus en de neusbijholten ontstaan. Soms is er ook sprake van uitgebreide zwelling of ontsteking van het neusslijmvlies waardoor poliepen (uitstulpingen van het neusslijmvlies) in de neus en de neusbijholten kunnen ontstaan. Bij controle door de behandelend arts zal steeds naar klachten van uw neus worden gevraagd. Als het nodig is wordt u verwezen naar de KNO-arts. Hij kan met behulp van een kijkslangetje beoordelen of er sprake is van afwijkingen in het neusslijmvlies of van poliepvorming.

Als u last hebt van veel slijm en korstvorming in uw neus wordt meestal geadviseerd om vier tot zes maal per dag de neus te spoelen met een ruime hoeveelheid zoutoplossing. Zo’n zoutoplossing kunt u zelf maken (een klein mespuntje keukenzout per kopje water), maar is ook verkrijgbaar bij de apotheek. Het is belangrijk dat u spoelt met een flinke hoeveelheid zoutoplossing (2 tot 5 ml per neusgat). Dit kunt u doen met behulp van een doseerspuitje of pipetje dat verkrijgbaar is bij de apotheek. Als het spoelen met zoutoplossing onvoldoende verlichting biedt of wanneer de KNO-arts bij onderzoek constateert dat er uitgebreidere afwijkingen in de neus en neusbijholten zijn, kan het nodig zijn om te behandelen met een neusspray met corticosteroïden. De KNO-arts zal u de juiste dosering aangeven. Bij uitgebreidere afwijkingen is het soms nodig om ook te behandelen met een kuur antibiotica of prednison. 

Als het met medicijnen niet goed lukt de klachten van uw neus onder controle te krijgen, is uitgebreider onderzoek nodig. Meestal wordt dan een CT-scan van de neus en de bijholten gemaakt. Hiermee kan goed worden beoordeeld hoe uitgebreid de eventuele poliepvorming is. Als de klachten steeds terugkeren en de KNO-arts stelt zeer uitgebreide afwijkingen in de bijholten vast, is het nodig dit te opereren. Bij deze operatie worden niet alleen de neuspoliepen verwijderd, maar worden ook de toegangskanaaltjes naar de verschillende neusbijholten vergroot. Hierdoor wordt de kans dat de neusbijholten op korte termijn opnieuw verstopt raken verkleind. Een operatie vindt pas plaats als de klachten ernstig zijn en de verwachting bestaat dat door de ingreep een duidelijke verbetering kan worden bereikt. De opnameduur voor een dergelijke ingreep bedraagt circa vier dagen. Als de operatie plaatsvindt, wordt u altijd met orale antibiotica behandeld gedurende tien dagen. Enkele weken na de ingreep wordt gestart met corticosteroïden voor de neus. Er bestaat een kans dat poliepen na enige tijd weer terugkeren en dat een heroperatie nodig is. Tijdens de ingreep onder narcose wordt uw luchtpijp uitgezogen voor het opvangen van slijm; dit wordt gekweekt om altijd op de hoogte te zijn van de soorten bacteriën die u in de lagere luchtwegen heeft, ook al hoest u nooit slijm op.

Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden