Wanneer blijkt dat u onvoldoende voedingsstoffen binnen krijgt om op gewicht te blijven of te komen, kunnen uw behandelend arts en diëtist voorstellen om met sondevoeding te starten.
Sondevoeding is een dun vloeibare voeding die via een buigzaam slangetje(de sonde) in de maag of in de darmen komt. Sondevoeding wordt gegeven via een neussonde of een zogenaamde PEG-katheter. Het geven van sondevoeding kan voorkomen dat u ondervoed raakt. Als er al sprake is van ondervoeding, dan kan sondevoeding helpen de voedingstoestand te verbeteren. Een goede voedingstoestand is een voorwaarde om zo goed mogelijk in conditie te blijven. Sondevoeding wordt meestal ‘s nachts als aanvulling gebruikt op de gewone dagelijkse voeding overdag.
Sondevoeding via een neussonde
Wat is een neussonde?
Een neussonde is een dun, buigzaam slangetje. Aan het uiteinde van de sonde zitten meerdere gaatjes waardoor de voeding in de maag komt. Een sonde die van de neus naar de maag loopt heet een neus-maagsonde.
Hoe wordt de sonde ingebracht?
De sonde wordt door de neus, via de keel en de slokdarm doorgeschoven naar de maag. Dit is niet moeilijk of pijnlijk, maar moet wel even geleerd worden. In het ziekenhuis wordt u dit geleerd zodat u thuis de handeling kunt uitvoeren. Een neussonde kunt u zelf ‘s avonds inbrengen en ‘s ochtends zelf verwijderen.
De afdelingsverpleegkundige instrueert hoe u de neussonde inbrengt. Het inbrengen van de sonde verloopt meestal zonder problemen, het is echter geen prettig gevoel. Het kan irritatie geven in uw keel of het gevoel geven dat u moet braken. Bij het inbrengen van de sonde kan het gebeuren dat het slijmvlies van de neus of de maag een beetje geïrriteerd raakt. Dit komt minder vaak voor als de sonde voor het inbrengen vochtig en soepel wordt gemaakt met een speciale gel of warm water. Een enkele keer knikt de sonde dubbel of ligt de sonde op de verkeerde plaats. Daarom controleert u zelf voordat u de sondevoeding aansluit of de sonde op de goede plaats ligt door de sonde door te spuiten met een beetje water. De sonde kan met een pleister aan de neus of wang geplakt worden om te voorkomen dat ze gaat verschuiven.
Toediening van de sondevoeding
Een toedieningsysteem verbindt de sonde met een fles of een plastic zak/pack sondevoeding. Het toedieningssysteem heeft een rolregelklem.
Door de rolregelklem strakker of losser in te stellen, loopt de voeding langzamer of juist sneller in de sonde. Op deze manier wordt met de rolregelklem de gewenste inloopsnelheid van de sondevoeding geregeld. Het kan ook met een voedingspomp worden gedaan, de hoeveelheid sondevoeding wordt hiermee per ml/minuut gedoseerd. De voedingspomp geeft wel meer geluid. De voedingspomp slaat op alarm als de sondevoeding niet goed doorloopt. Er wordt met u besproken wat het beste bij u past, een rolregelklem of voedingspomp. Het is ook mogelijk om de sondevoeding en de voedingspomp in een daarvoor speciaal ontwikkelde rugzak mee te nemen. Het voordeel van zo’n rugzak is dat u meer bewegingsvrijheid heeft. Over het algemeen wordt de rugzak alleen in speciale situaties gebruikt door mensen die overdag sondevoeding nodig hebben.
Verzorging van de sonde
Doordat iedere avond een nieuwe sonde wordt ingebracht, vraagt de sonde verder geen extra verzorging. Het is belangrijk hygiënisch te werken bij het inbrengen van de sonde en bij de toediening van de sondevoeding. Aandachtspunten zijn;
- was de handen voor het begin van het inbrengen van de sonde of voor de toediening van sondevoeding;
- leg de benodigde materialen voor het inbrengen of toedienen op een schoon oppervlak;
- vervang het toedieningssysteem of de pompset, de spuit en de sondevoeding uit fles/pack iedere dag;
- let op de houdbaarheidsdatum van de fles of pack sondevoeding;
- bewaar de sondevoeding na openen van de fles/pack nooit langer dan 24 uur.
Sondevoeding en medicijnen
We raden het af om medicijnen via de sonde toe te dienen om verstopping van de sonde te voorkomen en de werking van de medicijnen niet nadelig te beïnvloeden.
Sondevoeding en pancreasenzymen
Om de voedingsstoffen uit de sondevoeding zo goed mogelijk op te nemen in het lichaam, wordt met de diëtist de benodigde hoeveelheid pancreasenzymen besproken. Neem bijvoorkeur de ene helft van de voorgeschreven hoeveelheid in bij aanvang van de sondevoeding en de andere helft halverwege gedurende de nacht.
Eventuele problemen en oplossingen bij gebruik van sondevoeding via een neussonde
| Probleem |
Oplossing |
|
1) voeding loop niet door de sonde |
schuif de rolregelklem open of neem een andere houding aan, door een verkeerde houding bij het toedienen kan de sonde of het toedieningssysteem dichtgedrukt worden. |
|
2) de sonde is verstopt |
spuit de sonde door met koolzuurhoudend water of cola |
| 3) misselijkheid |
sondevoeding is waarschijnlijk te snel ingelopen, pas de snelheid van het inlopen aan door de rolregelklem strakker te zetten of pompsnelheid te verlagen |
Zijn er andere problemen, dan kunt u tijdens kantooruren op maandag, dinsdag en woensdag, contact opnemen met de CF-verpleegkundige.
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de verpleegafdeling.