II. Eindtermen

Onder de erkenning dat na het voltooien van de bacheloropleiding geneeskunde in beginsel verschillende vervolgtrajecten mogelijk zijn, wordt vastgesteld dat het belangrijkste doel van de bacheloropleiding geneeskunde is om studenten voor te bereiden op een masteropleiding geneeskunde. De masteropleiding geneeskunde wordt afgesloten met het artsexamen. De eindtermen van de masteropleiding zijn neergelegd in het Raamplan 2001 van de artsopleiding.

In het Raamplan 2001 worden eindtermen geformuleerd in vier gebieden:
  1. Medische aspecten
  2. Wetenschappelijke aspecten
  3. Persoonlijke aspecten
  4. Aspecten in relatie tot de maatschappij en het gezondheidszorgsysteem
De bachelor geneeskunde heeft aantoonbare vorderingen gemaakt in het bereiken van de eindtermen die bij ieder van deze aspecten in het Raamplan 2001 genoemd worden. Dat betreft zowel kennis, vaardigheden als professioneel gedrag.

Hieronder wordt weergegeven welke eindtermen reeds in de bachelorfase van de opleiding in belangrijke mate worden gerealiseerd. Steeds worden daarvoor de volgende formuleringen gebruikt: 'de bachelor geneeskunde beschikt over kennis en/of inzicht' (kennis), 'de bachelor geneeskunde is in staat' (vaardigheden) en 'de bachelor geneeskunde geeft blijk van' (professioneel gedrag).

Bij vergelijking van de eindtermen van de bacheloropleiding met die voor de basisartsopleiding als geheel zal blijken, dat veel eindtermen uit het Raamplan ook als eindterm van de bacheloropleiding zijn opgenomen. Dit kan tot misverstanden leiden als men zich niet realiseert, dat het niveau waarop de eindtermen worden nagestreefd voor beide fasen van de opleiding verschilt. Dat een eindterm al nagestreefd wordt tijdens de bacheloropleiding betekent niet, dat de studenten zich op die gebieden in het tweede deel van de opleiding niet verder hoeven en zullen ontwikkelen. Dit geldt zowel voor kennis en inzicht, vaardigheden als professioneel gedrag. Een soortgelijke vaststelling kan overigens worden gedaan voor de eindtermen van de ongedeelde opleiding: artsen blijven binnen het medisch opleidingscontinuüm, ook na het artsexamen, het bereiken van de eindtermen op een steeds hoger niveau nastreven.

De bachelor zal vooral kennis en inzicht op hoofdlijnen hebben en kunnen toepassen, terwijl de master kennis en inzicht enerzijds zal hebben verdiept en anderzijds hebben verbreed naar bijzondere situaties. De bachelor zal zijn vaardigheden vooral kunnen tonen in minder complexe situaties, terwijl de master adequaat kan omgaan met meer gecompliceerde problematiek. Eindtermen uit het Raamplan 2001 die vooral betrekking hebben op die meer complexe situaties zijn daarom niet in de eindtermen van de bacheloropleiding opgenomen. De bachelor zal zijn professioneel gedrag tonen in situaties waarin hij als leerling-arts een relatie met een (simulatie)patiënt aangaat, maar ook in situaties waarin hij als student te maken heeft met andere studenten en met begeleiders. Bij de master zal het accent veel meer komen te liggen op professionaliteit in de arts-patiëntrelatie en in de relaties met andere professionals in de zorg.

In het vervolg van dit document is ervan af gezien om bij iedere eindterm steeds opnieuw het in de bacheloropleiding te bereiken niveau te formuleren.
Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden