De bachelor geneeskunde beschikt op hoofdlijnen over kennis en inzicht met betrekking tot:
- de somatische, psychische en sociale structuur en functies van mensen, individueel en in hun onderlinge relatie
- de verschillen daarin die samenhangen met geslacht, leeftijd en culturele achtergrond
- de betekenis daarvan voor ziekte en gezondheid
De bachelor geneeskunde is in staat:
- te kijken en te luisteren naar de patiënt, naar de zin die de patiënt zelf aan de klacht geeft, waardoor een indruk van wensen en verwachtingen van de patiënt verkregen wordt
- het probleem en de hulpvraag van de patiënt te inventariseren en te benoemen
De bachelor geneeskunde is in staat:
- een anamnese op te nemen (huidige lichamelijke en psychische klachten, voorgeschiedenis, psychische en sociale omstandigheden) waarbij gelet wordt op zowel de medisch inhoudelijke kant als op communicatieve aspecten
- zowel systematisch als hypothesegericht anamnestische gegevens te verzamelen met betrekking tot de klacht en de reeds bestaande gevolgen ervan op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied
- een heteroanamnese op te nemen
De bachelor geneeskunde is in staat:
- algemeen lichamelijk onderzoek uit te voeren:
- technisch adequaat
- zowel systematisch als gericht
- afwijkingen en symptomen te herkennen
- bevindingen juist te benoemen en te beschrijven
De bachelor geneeskunde is in staat:
- gegevens uit probleemomschrijving, anamnese, lichamelijk onderzoek en andere bevindingen te interpreteren en te evalueren
- systematisch een probleemlijst op te stellen op het vlak van lichamelijk, psychisch en sociaal functioneren
- hypothesen op te stellen over oorzaak en gevolg, resulterend in een differentiaal diagnose
De bachelor geneeskunde beschikt over kennis met betrekking tot:
- de mogelijkheden van aanvullend onderzoek en de principes van de uitvoering daarvan
De bachelor geneeskunde is in staat:
- opnieuw verbanden te leggen tussen gegevens uit probleemomschrijving, anamnese, lichamelijk onderzoek en eventueel verricht aanvullend onderzoek
- gemotiveerd te komen tot een waarschijnlijkheidsdiagnose die als uitgangspunt kan dienen voor advisering, behandeling en begeleiding
De bachelor geneeskunde is in staat:
- het therapeutisch doel van een behandeling/beleid te bepalen
De bachelor geneeskunde beschikt over kennis met betrekking tot:
- mogelijkheden van interventie door paramedici en hulpverleners op het psychologische, sociale en pastorale vlak
De bachelor geneeskunde beschikt over kennis met betrekking tot:
- de verschillende typen van interventies die in de Nederlandse geneeskunde gebruikelijk zijn
- de grondbeginselen van de geneesmiddelenleer
De bachelor geneeskunde is in staat:
- basale eerste hulp te verlenen
De bachelor geneeskunde is in staat:
- te zorgen voor een open en respectvolle communicatie
De bachelor geneeskunde beschikt over kennis met betrekking tot de essentialia van:
- het begeleiden van chronisch en ongeneeslijk zieken alsmede palliatieve zorg
- het voeren van een slecht nieuws gesprek
- stervensbegeleiding
- het begeleiden van patiënt en diens betrokken anderen, ondermeer na het brengen van slecht nieuws
De bachelor geneeskunde is in staat:
- tot het leesbaar, systematisch, helder en toetsbaar vastleggen van:
- de hulpvraag van de patiënt
- de bevindingen bij het diagnostisch proces (anamnese, lichamelijk onderzoek, probleemlijst, differentiële diagnosen, eventueel aanvullend onderzoek)
- de ingestelde behandeling
- de aan de patiënt en anderen gedane mededelingen
- de relevante gegevens mondeling en schriftelijk over te dragen
- bij het hanteren van medische dossiers rekening te houden met de privacy van de patiënt
De bachelor geneeskunde beschikt over kennis op hoofdlijnen met betrekking tot:
- de verschillende vormen van verslaglegging met inbegrip van die met behulp van informatie- en communicatietechnologie
De bachelor geneeskunde beschikt over kennis op hoofdlijnen met betrekking tot:
- de gezondheidsrisico's op zowel individueel als collectief niveau en van de effecten van preventieve maatregelen
- veel voorkomende relaties tussen omgevingsfactoren (inclusief fysische en chemische zoals radioactieve straling) en ziekten
- vormen van preventie:
- primaire preventie (bijvoorbeeld leefstijl)
- secundaire preventie (bijvoorbeeld screening)
- tertiaire preventie (medische zorg, sociaal-medische ondersteuning en begeleiding)
- epidemiologische methodes van opsporing van gezondheidsproblemen en -bedreigingen alsmede
- methodes van opsporing van risicopatiënten zoals screening, periodiek geneeskundig onderzoek, case-finding, screening binnen de eigen patiëntenpopulatie, monitoring, collectieve preventieprogramma's waaronder bevolkingsonderzoek
- de implicaties van erfelijkheidsonderzoek en antenatale diagnostiek