In Master jaar 1 & 2 van het Geneeskunde curriculum is een periode van 4 resp. 6 weken ingeroosterd voor keuzeonderwijs. De student kan er voor kiezen deze perioden volgens het rooster in te vullen. Wanneer het rooster kan worden aangepast, kan hij/zij deze perioden veranderen in bijvoorbeeld 6 weken in Master jaar 1 en 4 weken in Master jaar 2, of beide perioden in Master jaar 1 of 2 invullen. De perioden kunnen los van elkaar ingevuld worden of samengevoegd tot een aaneengesloten stageperiode van 10 weken.
Het keuzeonderwijs in Master jaar 1 & 2 staat los van het keuzeonderwijs in Master jaar 3, maar in jaar 3 kan dat keuzeonderwijs uit de eerste jaren wel een vervolg hebben. Alvorens daar aan te kunnen beginnen, moet het keuzeonderwijs uit de eerste Master jaren wel volgens de normale procedure afgerond en beoordeeld zijn en moeten de studiepunten geregistreerd staan.
▪ Mevr. dr. M.A.F.M. Gerrits, coördinator / examinator: Rudolf Magnus Instituut voor Neurowetenschappen (Afdeling Neurowetenschappen en Farmacologie), Universiteitsweg 100, 3584 CG, Utrecht. Huispost: Strat. 4.205; tel: (088-75) 68842, e-mail:
m.a.f.m.gerrits-5@umcutrecht.nl ▪ Th.E. Fick, chirurg (n.p.), coördinator: Expertisecentrum voor Onderwijs en Opleiding dO&O UMC Utrecht, A.A. Hijmans van den Berghgebouw, Universiteitsweg 98, 3584 CG Utrecht, Huispost: 4.05, tel.: (088-75) 53472; e-mail:
th.e.fick@umcutrecht.nlDe coördinatoren kunnen in individuele gevallen en na overleg met de Commissie Keuzeonderwijs afwijken van de richtlijnen, criteria en procedures.
Het doel van het keuzeonderwijs in Master jaar 1 & 2 is onder meer om:
▪ de student in staat te stellen om zijn/haar gebieden van bijzondere interesse nader te kunnen exploreren.
▪ de student te stimuleren om meer kennis in de diepte op te doen.
▪ de student kennis te laten maken met de vele aspecten van het klinische en/of wetenschappelijke werk.
Van de student wordt – in samenspraak met de begeleider –
een individuele invulling van het keuzeonderwijs verwacht, waarbij het opstellen van specifieke doelstellingen afhankelijk zal zijn van het project.
Het volgen van cursussen en onderwijsblokken wordt niet beschouwd als een ‘individuele invulling’ en zal derhalve niet geaccepteerd worden als keuzeonderwijsproject in deze fase van de studie.
Het keuzeonderwijs Master jaar 1 & 2 kan verschillende vormen aannemen, zoals bijvoorbeeld:
▪ Een wetenschappelijk onderzoek of een vakinhoudelijke verdieping, bijvoorbeeld een literatuurstudie, een (na-)onderzoek bij patiënten, een medisch-ethisch project etc.
▪ Een keuzecoschap, bij voorkeur op afdelingen, waar i.h.a. geen reguliere coschappen worden gelopen, zoals bijvoorbeeld op de afdeling radiologie, radiotherapie, anesthesiologie, pathologie, diabetologie, vaatziekten, geneeskunde van de oudere leeftijd, etc.
▪ Een keuzeproject buiten het UMC Utrecht, maar wel gerelateerd aan de medische studie, bijvoorbeeld een coschap of stage in het buitenland, bij de overheid, etc.
▪ Deelname aan een project of onderzoek op een andere faculteit, maar wel gerelateerd aan de medische studie en op individuele basis (geen blok of cursus).
▪ Een onderwijsstage op basis van een studentenassistentschap, waarbij voldaan moet worden aan de criteria, die aan het keuzeonderwijs Master jaar 1 & 2 worden gesteld. Een dergelijk onderwijsstage kan deel uitmaken van een traject tot verkrijging van een Studenten Onderwijs Kwalificatie (StOK).
5.a Met betrekking tot het keuzeonderwijs in het algemeen:
▪ Het keuzeprogramma moet een duidelijke en heldere beschrijving van de motivatie bevatten, persoonlijke én project gerelateerde leerdoelen en een plan van aanpak. Bij een onderzoek hoort een wetenschappelijke of klinische vraagstelling, bij een keuzecoschap wordt een verdiepings- of aandachtspunt gevraagd.
▪ Elk keuzeprogramma moet begeleid worden door
een staflid. Bij een project of stage buiten het UMC Utrecht, zal – naast de daar bijhorende begeleider buiten het UMC Utrecht – ook binnen het UMC Utrecht een staflid als begeleider gevonden moeten worden. Dit staflid van het UMC Utrecht moet in principe inhoudsdeskundig zijn voor wat de inhoud betreft en behoren tot de staf van een afdeling die voor het geplande keuzeprogramma relevant is. Deze (hoofd)begeleider zal dus veelal van eenzelfde afdeling zijn als die waar de student het keuzeonderwijs zal volgen. De dagelijkse begeleiding van een keuzeprogramma kan gedelegeerd worden. Voor de begeleiding van een keuzeprogramma in één van de “zusterziekenhuizen” (Diakonessenhuis / St.Antonius Ziekenhuis), wordt een voor dat project inhoudsdeskundig staflid uit dat ziekenhuis als begeleider opgegeven en is geen begeleiding vanuit het UMC Utrecht nodig.
▪ Een keuzeprogramma dient
minimaal 8 weken vóór aanvang te zijn aangemeld en
vóór aanvang door de coördinatoren namens de Commissie Keuzeonderwijs te zijn goedgekeurd. Het keuzeprogramma moet per e-mail worden aangemeld bij de coördinatoren van het keuzeonderwijs op een speciaal
aanmeldingsformulier. Dit is te downloaden van WebCT en is voorzien van een checklijst. De coördinatoren zullen de aanmelding, zo nodig in overleg met de Commissie Keuzeonderwijs, beoordelen en bij goedkeuring registreren.
▪
Met een keuzeprogramma kan pas worden begonnen, wanneer zowel de student als de begeleider een goedkeuringsbericht van de coördinatoren hebben ontvangen.
▪ Een week van het keuzeprogramma moet in principe een studiebelasting hebben van tenminste 40 uur.
▪ Een keuzeprogramma moet worden afgerond met tenminste een voor de stageperiode representatief verslag en moet na afloop een beoordeling en een evaluatie hebben (zie punt 9).
▪ Een keuzeprogramma hoeft niet persé binnen de opgegeven termijn van 4, 6 of 10 weken afgerond te zijn. Maar
binnen 6 weken na beëindiging van de opgegeven stageperiode, dienen zowel eindproduct als de beoordeling te zijn afgerond en moeten deze ingediend zijn bij het secretariaat van het keuzeonderwijs (gnk.ma.keuze@umcutrecht.nl). Wanneer het een buitenlandse stage betreft of het eindproduct een bewerking van een (concept)artikel, waar doorgaans meer tijd voor nodig is, kan een verlenging van deze termijn van 6 weken worden aangevraagd. Doe het dan wel tijdig en met opgaaf van reden!
▪ Alvorens te kunnen beginnen aan Master jaar 3, moet ook het keuzeonderwijs Master jaar 1 & 2 afgerond en beoordeeld zijn en moeten de studiepunten geregistreerd staan. De coördinatoren beoordelen de dossiers op volgorde van binnenkomst en in de normale tijd die zij daar doorgaans voor reserveren. Niet tijdig ingeleverde eindproducten kunnen dus studievertraging opleveren.
5.b Met betrekking tot een keuzecoschap:
▪ Binnen het keuzeonderwijs programma Master jaar 1 & 2 kan de student
slechts in één van de twee keuzeperioden invullen met een klinisch keuzecoschap.
▪ Een keuzecoschap dient te voldoen aan de criteria zoals opgesteld voor het keuzeonderwijs Master jaar 1 & 2 en moet een
verdiepings- of aandachtspunt hebben. Naast het gewoon participeren op de afdeling moet de student met een bepaalde opzet / focus het keuzecoschap in gaan. Vóór aanvang van een keuzecoschap moet de student goed nadenken over zijn motivatie, leerdoelen, wat wil ik leren en welk aspect in het bijzonder. Dat wordt het focus of verdiepingsonderwerp. Tijdens het coschap heeft de student speciale aandacht voor (de patiënten van) dat verdiepingsonderwerp en aangevuld met literatuurgegevens is dat een basis voor het eindverslag. Vanzelfsprekend zullen ook alle overige interessante aspecten van een coschap de revue passeren en alle aandacht krijgen. Het gaat dus niet om een wetenschappelijke benadering (beantwoording van een vraagstelling middels onderzoek) maar om een verdieping (verdieping in een onderwerp / vraagstelling / leerdoel middels observatie, bestudering van handboeken en literatuur).
▪ Alvorens een klinisch keuzecoschap in een bepaalde discipline (hoofd- of deelspecialisme) te kunnen beginnen,
moeten beide coschappen van Bachelor jaar 3 succesvol zijn afgerond, evenals het reguliere coschap in de Masterfase van de gekozen discipline met het daaraan voorafgaande blok. Uitzonderingen zijn er voor de keuzecoschappen Huisartsgeneeskunde en Sociale Geneeskunde, die na toestemming van de Commissie Keuzeonderwijs zonder deze voornoemde verplichting toch in Master jaar 2 gelopen kunnen worden.
▪ Een keuzecoschap is mogelijk op alle afdelingen die een keuzecoschap willen organiseren,
mits het reguliere coschappen programma er niet door wordt gehinderd. Het is niet de bedoeling dat een keuzecoschap capaciteit, programmaonderdelen, patiëntenaanbod, leerdoelen, etc. gaat innemen van het reguliere coschap. Het is de bedoeling dat het keuzecoschap een eigen traject, een eigen begeleiding en bijvoorkeur ook ‘eigen patiënten’ kent.
▪ Een keuzecoschap kan een klinisch of een niet-klinisch keuzecoschap zijn. Bij een niet-klinisch keuzecoschap ontbreken de patiëntgebonden activiteiten. Een klinisch keuzecoschap dient te bestaan uit minimaal 3 dagen per week direct patiëntgebonden activiteiten (polikliniek, zaalwerk, onderzoek of diagnostiek bij patiënten). Daarnaast zijn er momenten voor zelfstudie, verdieping, bijwonen van overdrachten en andere patiënt gebonden activiteiten, zoals het bijwonen of verrichten van diagnostisch onderzoek, metingen, etc.
▪ Een combinatie van een keuzecoschap en een onderzoek in één stage is niet mogelijk. De periode van een stage is daar te kort voor. Met andere woorden, het wordt of onderzoek (met onderzoeksvraag) of een keuzecoschap (met verdiepingsonderwerp).
▪ Een praktijkstage – zoals bijv. anatomie – kan slechts één van de keuzeperiodes als keuzestage worden ingediend.
▪ Een eerder en/of extra-curriculair gelopen stage kan niet (opnieuw) als keuzeproject ingediend worden.
▪ Een literatuurstudie wordt doorgaans goedgekeurd voor een periode van 4 weken. Mocht het gaan om een systematische review of een literatuurstudie gecombineerd met een onderzoek, dan kan dat - met verantwoording d.m.v. een werkplan/weekschema - worden aangevraagd voor een periode van 6 of 10 weken.
▪ Voor een stage in het buitenland moet de student tijdig contact opnemen met het International Office (HvdB 4.51; tel.: 51339;
foreign.exchange@umcutrecht.nl) voor informatie over verzekeringen, visa, e.d. Toestemming voor het regelen van allerlei zaken wordt door de coördinatoren van het keuzeonderwijs Master jaar 1&2 pas gegeven bij de goedkeuring van het project. Vanwege de aanpassing aan de andere omgeving, zal een keuzestage in het buitenland tenminste 6 weken duren. Een buitenlandse stage vergt dus een tijdige planning !!
▪ Gezien de nauwgezette toestemmingsprocedure vóór aanvang van een stage, is een wijziging van de inhoud of uitvoer van een goedgekeurde stage niet goed meer mogelijk. Indien nodig - bijvoorbeeld wanneer blijkt dat de stage niet uitgevoerd kan worden volgens het aangemelde voorstel - kan de student nog aan het begin van een stage een beargumenteerd voorstel tot wijziging bij de coördinatoren indienen. De coördinatoren zullen zo'n voorstel dan beoordelen en al dan niet toestemming tot wijziging verlenen.
▪ Een eerder ingeleverd verslag mag door de student niet geïncorporeerd worden in een verslag van een volgende keuzestage
Een keuzeonderwijsproject komt in overleg tussen de student en een (hoofd)begeleider tot stand. Een student kan zelf een project initiëren en daarvoor een begeleider zoeken. De student kan ook gebruik maken van een bestand op WebCT of de website van het UMC Utrecht, waarin enkele keuzeprojecten zijn opgenomen. Dat bestand heeft mede tot doel de student op ideeën te brengen en te informeren over mogelijkheden.
Het aanmeldingsformulier dient
met instemming van de begeleider minimaal 8 weken vóór aanvang ingediend te worden.
Tijdens de stage zal de student regelmatig met de (gedelegeerde) begeleider van gedachten wisselen over de voortgang van de stage.
Gezien het karakter en de doelstellingen van het keuzeonderwijs Master jaar 1 & 2 zal vrijstelling voor dit keuzeonderwijs slechts kunnen worden verleend op grond van een al eerder behaalde Master of Doctoraalexamen in een studie, gerelateerd aan de medische studie.
De examinator van het keuzeonderwijs zal een verzoek om vrijstelling al dan niet toekennen. Zo nodig wordt advies gevraagd aan de Commissie Keuzeonderwijs en/of de voorzitter van de Master Examencommissie. De examinator van het keuzeonderwijs zal binnen 3 maanden na ontvangst van het verzoek een uitspraak kenbaar maken. Beroep is mogelijk bij de Master Examencommissie.
De beoordeling geschiedt aan de hand van een aantal criteria, weergegeven op een speciaal beoordelingsformulier. Criteria zijn o.a.: opzet en uitvoering van het programma, attitude, een door de student geschreven (wetenschappelijk) verslag of artikel
én een beoordelingsgesprek met de (hoofd)begeleider. Het verslag dient representatief te zijn voor de stageperiode. De beoordeling wordt door de (hoofd)begeleider vastgelegd op een daarvoor bestemd beoordelingsformulier, wat bij het goedkeuren van de keuzestage de student toegestuurd heeft gekregen.
De student is verantwoordelijk voor het beoordeeld krijgen van het keuzeproject door de begeleider en moet in de gaten houden dat het beoordelingsformulier wordt opgestuurd naar het secretariaat van het keuzeonderwijs. Tevens moet de student het volledig (t/m E) ingevulde aanmeldingsformulier en het verslag binnen 6 weken na beëindiging van de opgegeven stageperiode per e-mail naar het secretariaat (gnk.ma.keuze@umcutrecht.nl) sturen.
De
examinator zal doorgaans de beoordeling van de begeleider overnemen, maar pas
studiepunten toekennen, wanneer hij er zich van heeft overtuigd, dat het projectresultaat en de beoordeling in overeenstemming zijn met de criteria en de kwaliteit van het keuzeonderwijs en er bij controle geen plagiaat is vastgesteld.
Een afgerond project met een duur van 4, 6 of 10 weken levert bij een goede beoordeling resp. 5.5, 8.5 of 14 studiepunten op, waarbij uitgegaan wordt van een inspanningsbelasting van tenminste 40 uur per week.
De begeleidingsvergoeding is bij het keuzeonderwijs Master jaar 1 & 2 gebaseerd op 2,8 uur begeleiding per week per individuele student, inclusief projectontwikkelingstijd. Vergoedingen worden 1x per jaar overgemaakt naar de vakgroep / divisie van de (hoofd)begeleider in het UMC Utrecht of genoemde “zusterziekenhuizen” en worden pas toegekend na beoordeling van een keuzeproject en nadat de examinator de studiepunten heeft toegekend.
Mevr. dr. M.A.F.M. Gerrits - Coördinator/Examinator Keuzeonderwijs Master jaar 1& 2
Th.E. Fick, chirurg (n.p.) - Coördinator Keuzeonderwijs Master jaar 1&2