Utrechtse Voortgangstoets

In de studiejaren 1 en 2 van de masterfase Geneeskunde (CRU) wordt driemaal per jaar de Utrechtse voortgangstoets (UVT) afgenomen. De voortgangstoets betreft zowel vragen omtrent de klinische stof als de klinische basisvakken, op het niveau waarop de kennis paraat dient te zijn aan het einde van het tweede masterjaar. Men moet de UVT behaald hebben om te kunnen starten in het derde masterjaar!
  
Bloktoets en Utrechtse voortgangstoets
De UVT wijkt af van de gebruikelijke bloktoetsen. Bloktoetsen zijn gericht op kennis die in een periode van enkele weken in dat specifieke blok is opgedaan. Daardoor gaan bloktoetsen meer gedetailleerd op de stof in dan de voortgangstoets. De UVT weerspiegelt de algemene kennis die van iedere basisarts wordt verwacht. De vragen worden gesteld op het eindniveau van het derde masterjaar, maar het Utrechtse curriculum is erop gericht deze kennis in de eerste 5 jaar van de studie onderwezen te hebben.
 
Inhoud Utrechtse voortgangstoets
De UVT bevat als regel vragen uit de interne geneeskunde, chirurgie, huisartsgeneeskunde, kindergeneeskunde, gynaecologie, neurologie, psychiatrie, keel-, neus- en oorheelkunde, oogheelkunde en der¬matologie. Deze klinische vakken worden getoetst middels 40 open vragen.
Door de aansluiting bij het Theoretisch Lijn Onderwijs (TLO) worden ook de basisvakken anatomie, fysiologische chemie, celbiologie, farmacologie, fysiologie, genetica, immunologie, patho¬logie, microbiologie en public health hierin betrokken. Deze medische basisvakken worden als regel getoetst middels 40 meerkeuzevragen met drie alternatieven.
 
De cijfers voor beide onderdelen worden vervolgens gemiddeld tot een eindcijfer voor de UVT als geheel.
 
Hoe moet men zich op deze toets voorbereiden?
Er is geen specifiek boek of dictaat voor de UVT. Een korte studiespurt vlak voor de toets is niet mogelijk, daarvoor is de stof te omvangrijk. Men kan zich eigenlijk alleen op de UVT prepareren door de studiestof van het gevolgde onderwijs goed bij te houden. TLO is het studieonderdeel dat de vraagstellingen benadert zoals die in de UVT voorkomen. 
 
Door deel te nemen aan alle toetsen krijg men een goed beeld van de kennisgebieden die men al dan niet beheerst. Dat is het kenmerk van een voortgangstoets en daarom wordt de toets ook meerdere malen aangeboden en is het slagen gebaseerd op een aantal uitslagen, nooit op één toetsresultaat.

Zak-slaag regeling
Om voor de UVT te slagen moet men: 
  1. minimaal vier keer deelnemen, bij voorkeur 2x in jaar 4 en 2x in jaar 5
  2. minimaal 20 punten scoren (eindcijfers opgeteld) over vier toetsen met daarin tenminste één keer een 5,5
Heeft men na vier deelnames de toets niet gehaald, dan mag men herkansen. Het laagste cijfer vervalt dan. Uiteindelijk wordt het hoogst behaalde cijfer in Osiris als UVT cijfer genoteerd. Er geldt geen maximum voor het aantal deelnames. Maar als de toets gehaald is volgens de bovenstaande regels, dan mag men niet meer deelnemen om het cijfer te verbeteren.

Let op: Ook SUMMA-studenten nemen deel aan de UVT. Voor hen gelden echter andere regels. Zorg dus dat je je met de goede code inschrijft!

Data Utrechtse Voortgangstoets 2010 - 2011:
 
wk 38: 19 september 2011
wk 2: 9 januari 2012
  mei 2012 (exacte datum nog niet bekend)
 
 
Meer weten?
Contactpersoon UVT: mevr. Margreet Manrique, e-mail M.Manrique@umcutrecht.nl 
 
 
Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden