Debat veilig melden

dinsdag 19 februari 2008

Openbaar debat over Veilig Incident Melden

Op 20 december 2007 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad de IJsselmeerziekenhuizen opgedragen om de nabestaande van een overleden patiënt een afschrift te verschaffen van alle gesprekken die gevoerd zijn met de betrokkenen in het kader van hun intern incident onderzoek. Dit is geen formele bedreiging voor het veilig melden maar kan wel leiden tot misverstanden. Dit was aanleiding voor het UMC Utrecht Kenniscentrum Patiëntveiligheid om een openbaar debat te organiseren over het onderwerp "veilig melden".

Na een inleiding door mr. A Verbout, stafjurist van het UMC Utrecht, is panel van deskundigen ingegaan op vragen vanuit de zaal. De paneleleden waren:

• Dhr J. Vesseur, arts MPH, project-hoofdinspecteur patiëntveiligheid van de IGZ
• prof.mr. J. Legemaate, hoogleraar gezondheidsrecht VUmc en juridisch adviseur KNMG.
• Atie Schipaanboord, Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie 

De uitspraak van de rechter is onderaan deze pagina down te loaden, alsook een recent schrijven van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) mbt veilg melden.
Op 29-02-08 heeft minister Klink gereageerd op kamervragen over dit onderwerp die gesteld waren door kamerlid Schermers (CDA). Zijn antwoorden kunt u ook onderaan deze pagina downloaden.


Verslag bijeenkomst 19 februari 2008


Openheid naar patiënten vergroot ook de veiligheid van melders

Om te leren van fouten willen ziekenhuizen graag dat medewerkers incidenten melden. Hulpverleners kunnen dit ‘veilig’ doen omdat de MIP-gegevens (Meldingscommissie Incidenten Patiëntenzorg) niet toegankelijk zijn voor buitenstaanders. Dat wil niet zeggen dat een melder veilig is voor justitie, maar veilig voor zijn werkgever. De werkgever zou een melder nooit kunnen ontslaan of straffen op basis van een MIP melding.

De anonimiteit van de melder staat echter onder druk door een uitspraak van de de rechtbank Zwolle-Lelystad. Eind vorig jaar oordeelde die dat IJsselmeerziekenhuizen MIP-gegevens openbaar moet maken. De rechter vindt dat de echtgenoot van een overleden patiënt recht heeft op inzage. Maar als de rechter de ‘veiligheid’ van het melden kan overrulen, zou dat hulpverleners kunnen afschrikken incidenten te melden.

Wat is er aan de hand? In mei 2006 verricht een KNO-arts van IJsselmeerziekenhuizen een sanering van de neusbijholten bij een 54-jarige vrouw. De patiënte ontwaakt niet uit de narcose, wordt overgeplaatst naar het AMC in Amsterdam en overlijdt twee dagen later. Een onverwachte en onverklaarbare complicatie.

De echtgenoot wil graag weten wat is misgegaan tijdens de operatie en vraagt het ziekenhuis om informatie. Het ziekenhuis blijkt niet aan de dossierplicht te voldoen, uit het operatieverslag zijn de gebeurtenissen niet af te leiden, en de rechter beslist dat de echtgenoot inzage krijgt in het evaluatierapport van de MIP-melding. De MIP-melding is gedaan omdat het overlijden een calamiteit was, de betrokken medewerkers zijn zelfs verhoord door de politie.

“De uitspraak van de rechter is begrijpelijk en rechtvaardig”, vindt prof. mr. Johan Legemaate, hoogleraar gezondheidsrecht aan het VUmc en juridisch adviseur van de KNMG. Hij is specialist op het gebied van veilig melden. Atie Schipaanboord van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) beaamt dat. “Maar”, voegt zij toe, “als het ziekenhuis vanaf het begin goed gecommuniceerd had met de nabestaanden, was er niks gebeurd en had de rechter er niet aan te pas hoeven komen.”

Mede naar aanleiding van deze rechterlijke uitspraak vindt Legemaate wel dat de ‘veiligheid’ van een incident-melder in de wet geregeld zou moeten worden. Nu is het slechts een afspraak dat melders anoniem blijven, Legemaate verwacht een toename in het aantal meldingen als de veiligheid wettelijk vastligt. “We moeten niet wachten op het volgende evenement waardoor de meldingsbereidheid onderuit gaat.”

Dit betoogde Legemaate ook in Medisch Contact van 8 februari. Hij schreef het artikel samen met Harry Molendijk (Isalaklinieken Zwolle) en Ian Leistikow, coördinator van het Kenniscentrum Patiëntveiligheid van het UMC Utrecht. “Op zichzelf vormt de uitspraak van de rechtbank geen bedreiging voor het veilig incident melden”, schrijven zij. “Maar het is bepaald niet uit te sluiten dat veel hulpverleners deze uitspraak wel zo zullen opvatten.”

Toch vindt patiëntenvertegenwoordiger Atie Schipaanboord een wettelijke regeling op dit moment niet wenselijk. “We moeten geen waterdicht systeem maken dat artsen en verpleegkundigen volledig beschermt, terwijl patiënten geen vergelijkbare rechten hebben.” Ook Jan Vesseur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg ziet niet zoveel in een wettelijke regeling. Hij denkt dat het aantal meldingen vooral afhangt van de cultuur in een zorginstelling. Meldingen komen vanzelf als mensen fouten durven benoemen zonder dat het leidt tot zwartepieten.

Individuen de schuld geven is precies waar internist Willem Hustinx van het Diakonessenhuis mee worstelt. Als voorzitter van de MIP-commissie ziet hij alle dossiers voorbij komen en soms duiken daar herhaaldelijk dezelfde hoofdrolspelers in op. “Soms is sprake van grove nalatigheid en zouden wij mensen persoonlijk willen aanspreken. Maar we mogen niks met die kennis omdat de informatie in het MIP-systeem zit. Maar op personen herleidbare fouten moeten toch kunnen leiden tot disciplinaire maatregelen?”

Harry Molendijk van de Isalaklinieken in Zwolle stelt voor in zo’n geval het dossier “terug te geven aan de Raad van Bestuur”. Jan Vesseur van de Inspectie benadrukt dat de MIP-meldingen om patiëntveiligheid draaien en niet om het opsporen van slecht functionerende artsen. “Daar is de interne kwaliteitscontrole voor.” Voor Hustinx en veel anderen in de zaal geen bevredigende oplossing, maar het debat is ten einde. De discussie over het spanningsveld tussen veiligheid voor artsen, goede zorg en patiëntenbelangen is nog niet ten einde.

Bron: Rinze Benedictus, UMCKrant
Arneaanhetwoordaangepast1












PanelenwijzendeIanaangepast1











publiekmetHarryenBasaangepast1
JanenAtieschuinomhoogkijkendaangepast













Johantoelichtendaangepast1
Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden