Adoptiekinderen/MRSA

Screening op MRSA, bij adoptiekinderen met schisis

Screening
Kinderen die voor adoptie naar Nederland komen, worden in geval van een medische behandeling in het UMCU, gescreend op de aanwezigheid van MRSA.
Dit houdt in: twee sets kweken van keel, neus, perineum, eventuele wonden, huidafwijkingen of laesies. In geval van urinewegklachten ook urine kweken, en bij longklachten ook sputum.
De kweken mogen direct na elkaar worden afgenomen.

MRSA- negatief
Indien de uitslag van de MRSA-kweken negatief is, kunnen de adoptiekinderen zonder maatregelen gezien worden op de polikliniek, of worden opgenomen in de kliniek voor verdere behandeling.

MRSA-positief
Indien een van de kweken positief is voor MRSA gaat het volgende traject van start:

  •  het patientennummer wordt gelabeld (zodat bij polikliniekbezoek of opname een isolatiesignaal wordt afgegeven )
  •  de reguliere afspraken vinden niet meer plaats op de gewone polikliniek, maar in de infectiekamer van het WKZ 
  •  bij opname wordt isolatieverpleging toegepast (eenpersoonskamer met sluis, schorten, handschoenen, muts en masker door alle  medewerkers die de patiënt bezoeken).

Behandelingen en onderzoeken kunnen gewoon doorgang vinden, echter:

  • ze worden om logistieke redenen geplaatst aan het eind van het spreekuur (nadien wordt de kamer gereinigd)
  • tijdens de onderzoeken/behandelingen wordt door de medewerkers een schort, handschoenen, muts en masker gedragen.

Behandeling dragerschap en follow-up
Afhankelijk van het medische traject dat wordt gevolgd wordt een behandeling van het MRSA-dragerschap gestart. Dit hangt o.a. af van de leeftijd van het kind en de aanwezigheid van risicofactoren voor langdurig dragerschap (eczeem, wonden / schisis). In overleg met de behandelend arts wordt het juiste moment voor het starten van dragerschapsbehandeling vastgesteld.
Een behandeling bestaat uit het dagelijks wassen met een desinfecterende zeep en het smeren van neuszalf in beide neusgaten, eventueel aangevuld met orale antibiotica (afhankelijk van de uitgebreidheid van kolonisatie en eventuele aanwezigheid van ander onderliggend lijden).
Nadat behandeling en controlekweken hebben plaatsgevonden (om vast te stellen of de behandeling succesvol is geweest) blijft een patient nog minimaal 6 maanden als MRSA-positief beschouwd worden (follow-up). Dit om met zekerheid vast te kunnen stellen dat niet langer sprake is van MRSA-dragerschap of een nieuwe besmetting . Pas daarna wordt het “label” verwijderd en kan de patiënt zonder maatregelen worden gezien op polikliniek of tijdens opname zonder isolatiemaatregelen worden verpleegd.

Duur van dit MRSA-beleid
In geval van een kind met schisis kan grofweg worden gesteld dat de 6 maanden follow-up-periode pas ingaat, nadat eerste corrigerende ingrepen (lipsluiting bij 3 maanden en palatumsluiting bij 9-12 maanden) hebben plaatsgevonden, daar de aanwezigheid van een schisis een grotere kans op langdurig dragerschap van MRSA met zich meebrengt.
Gedurende deze follow-up-periode worden maandelijks kweken afgenomen van keel, neus en perineum (evt door de ouders zelf af te nemen).

In geval van MRSA-dragerschap wordt in overleg met het schisisteam, de plastisch chirurg en de afdeling ziekenhuishygiene een beleid op maat vastgesteld en met u besproken.








Disclaimer© 2006 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehoudenWaarmerklogo, 15 van 16 ijkpunten goed; klik voor een reactie.