Operatie voor het sluiten van het harde gehemelte


Het sluiten van het harde gehemelte gebeurt over het algemeen vanaf een leeftijd van ongeveer vier jaar. Op die leeftijd heeft de bovenkaak goed de mogelijkheid gehad om op een natuurlijke manier uit te groeien. Ook gaat het mogelijk remmende effect van de operatie op verdere uitgroei van de bovenkaak minder zwaar wegen. Het moment van opereren wordt mede bepaald door de bouw en eventuele klachten (“lekken van voedsel”, problemen met spraak-taalontwikkeling). Dit kan aanleiding zijn om eerder te sluiten of juist later, zodat het met de kaakoperatie gecombineerd kan worden. Het tijdstip van opereren wisselt daarom per kind.

Voor het sluiten van het harde gehemelte bestaan verschillende technieken. De gekozen techniek is mede afhankelijk van:

  • de breedte van de spleet,
  • de beschikbaarheid van slijmvlies van het neustussenschot.

Als de weefsels het toelaten, wordt er gesloten in twee lagen. Dat wil zeggen dat de laag van het neusslijmvlies en het mondslijmvlies apart worden gehecht. In de spleet van het harde gehemelte wordt, in tegenstelling tot de spleet in de kaakboog, geen bot aangebracht. Het blijft dus een sluiting met zachte weefsels. Dit heeft geen nadelige gevolgen voor het functioneren van het harde gehemelte.
Soms moet het beschikbare slijmvlies voor de sluiting zo uitvoerig worden losgemaakt en opgeschoven, dat op de plaats waar dit slijmvlies vandaan komt, een open wond blijft bestaan (donorplaats). Deze donorplaats groeit vanzelf in ongeveer een week dicht.
De operatie wordt gedaan door de plastisch chirurg

hardegehemelte1



















Opnameduur
Uw kind wordt een dag voor de operatie opgenomen. Na de operatie blijft het nog ongeveer drie dagen in het ziekenhuis.
 
Duur van de operatie
De operatie voor het sluiten van het harde gehemelte duurt ongeveer 60 minuten.


Na de operatie
Aan de buitenkant is er na het sluiten van een gehemeltespleet niets te zien. Er kan een klein beetje bloed uit de mond komen. De hechtingen kunt u bij het bekijken van de mond wel zien. Deze lossen vanzelf op. Dit duurt ongeveer twee weken.
Als uw kind weer terug is op de afdeling en helemaal helder en wakker is, mag het weer drinken. Gebruik hiervoor geen rietjes. Deze kunnen de operatiewond beschadigen. Drinkt uw kind uit een flesje, plaats er dan een speen op met een iets groter gat, zodat uw kind niet hard hoeft te zuigen. Ook dit is niet goed voor de operatiewond. Het gebruik van een fopspeen of duimzuigen wordt afgeraden. Als uw kind erg onrustig is, mag het wel omdat veel huilen en onrust meer nadelig is voor de wond.

Eten en drinken na de operatie
Om de wond de kans te geven goed te herstellen, wordt na de operatie de voeding van uw kind langzaam opgebouwd. De eerste dag na de operatie mag uw kind alleen helder vocht drinken. Daarna wordt er steeds wat aan toegevoegd.
Het is belangrijk dat uw kind na elke voeding de mond spoelt met wat water. Dit vermindert de kans op infecties in het wondgebied zoveel mogelijk.

Het is belangrijk dat uw kind na de operatie voldoende vocht binnenkrijgt. Het mag dus gelijk drinken. Als het door de pijn en het rare gevoel in de mond nog niet voldoende drinkt, krijgt uw kind voldoende vocht via het infuus. De pijn en het rare gevoel in de mond wordt na een paar dagen steeds minder, waardoor uw kind steeds beter gaat drinken.


Kans van slagen
De kans van slagen is over het algemeen groot, maar hangt mede af van de specifieke situatie van uw kind.


Mogelijke complicaties
De grootste bedreiging is de kans, dat een stukje van de sluiting onvoldoende geneest en er weer een gaatje (fistel) ontstaat tussen mond- en neusholte. Over het algemeen zijn deze fistels klein en hebben ze weinig invloed op het functioneren van het harde gehemelte. Het gaatje kan – mede afhankelijk van de klachten – zo nodig in een vervolgoperatie worden gesloten.
Verder bestaat er een kleine kans op een nabloeding uit het mondslijmvlies en een kleine kans op infectie.

Ontslag
Het moment van ontslag wordt in overleg met u bepaald. Het is belangrijk dat:

  • uw kind zelf weer voldoende kan drinken
  • uw kind geen koorts heeft
  • de wond niet nalekt.

Controleafspraken
Uw kind krijgt bij ontslag een afspraak mee voor controle bij de plastisch chirurg, zes weken na ontslag.

Leefregels voor thuis
Het gehemelte is de eerste week na de operatie nog erg kwetsbaar. Het is daarom belangrijk dat uw kind niet aan de operatiewond komt. Zorg er voor dat het niet met de vingers in de mond zit. Ook wordt het eten van lollies en ijsjes afgeraden.









Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden