Bij deze operatie wordt de natuurlijke doorgang van mondholte naar keelholte (nasopharynx) verkleind, zodat er minder luchtverlies is of de afsluiting door het zachte gehemelte eenvoudiger wordt.
Er zijn verschillende operatietechnieken mogelijk. Twee benaderingen worden vaak toegepast:
- De eerste benadering probeert door middel van een operatie de kringspierfunctie van de keelholte te verbeteren en op deze manier het lekken van lucht te verminderen.
- De tweede operatieve benadering verlengt het zachte gehemelte (push back). Het zachte gehemelte wordt daarvoor deels losgesneden van het harde gehemelte. Op deze manier komt de levatorspier (hefspier) in een betere positie te liggen. Bovendien wordt de afstand tussen het harde en zachte gehemelte en de achterrand van de neusholte verkleind. Het gat dat ontstaat tussen het harde en het zachte gehemelte wordt gesloten met een reepje slijmvlies uit de keelholte.
Dit blijft aan één kant vastzitten. Zo ontstaat een weefselbrug.het schisisteam in het WKZ heeft uitgebreide en over het algemeen goede ervaringen met de laatste techniek.

Duur van de operatie
Ongeveer een uur.
Na de operatie
Aan de buitenkant is er na de operatie niets te zien. Er kan een klein beetje bloed uit de mond komen. De hechtingen achterin de keel kunt u niet zien. Deze lossen vanzelf op. Dit duurt ongeveer twee weken.
Als uw kind weer terug is op de afdeling en helemaal helder en wakker is, mag het weer drinken.
- Eten en drinken na de operatie
Het is belangrijk dat uw kind na de operatie snel begint met drinken. Dit bevordert de genezing en verkleint de kans op ontsteking. Ook voorkomt het een onaangenaam ruikende mond.
Van de verpleegkundige krijgt u instructie hoe u het drinken kunt opbouwen.
Op de tweede dag na de operatie mag uw kind dun vloeibare voeding gebruiken. Naspoelen met schoon water is belangrijk. Op de derde dag mag uw kind weer normaal eten. Voorkom harde stukken. Als uw kind voldoende drinkt mag het infuus verwijderd worden.
- Kans van slagen
Bij kinderen met uitsluitend een schisis (dus zonder een syndroom), wordt over het algemeen een duidelijke verbetering bereikt, maar bestaat er geen garantie dat de spraak volledig normaal wordt.
- Mogelijke complicaties
Ondanks de zorgvuldige manier waarop de arts uw kind opereert, kunnen er bij een operatie complicaties optreden. Complicaties die na een operatie voor kunnen komen zijn een nabloeding of ontstekingen. Ook kan uw kind tijdelijk last hebben van keel- en nekpijn en moeite hebben met slikken (twee tot drie dagen). Ook kan uw kind, door de eerder genoemde weefselbrug, enkele weken snurken tijdens de slaap.
- Zes weken na de operatie komt uw kind voor controle bij de plastisch chirurg en de logopedist. De plastisch chirurg controleert of de wond goed genezen is. Na zes weken is de zwelling zodanig verminderd dat het zachte gehemelte goed aangestuurd kan worden. Dat is dan ook het moment om de logopedie weer te hervatten, zodat uw kind kan oefenen met de nieuwe situatie. Deze logopedische behandeling kan door de eigen logopedist (dus niet in het WKZ) worden gegeven. Het is handig om na de operatie alvast een afspraak te maken. De eigen logopedist kan zonodig overleggen met de logopedist in het WKZ.
Na drie maanden komt uw kind voor controle van het uiteindelijke resultaat bij de logopedist en de foniater in het WKZ.