Behandeling


De behandeling van uw kind bestaat uit:

  • het aanmeten van een gehemelteplaatje. Of dit nodig is hangt af van de beoordeling door de orthodontist, direct na de geboorte of bij het eerste bezoek aan het WKZ
  • het sluiten van de lipspleet en een eventuele correctie van een asymmetrische neus (tussen de drie en zes maanden).
  • het sluiten van het zachte gehemelte (meestal tussen de zes en negen maanden).
  • het sluiten van het harde gehemelte (over het algemeen na het vierde jaar).
  • het sluiten van de kaak (tijdens het wisselen van het gebit, rond het tiende jaar. Dit is afhankelijk van het doorbreken van de hoektand).
  • eventuele verdere correcties.

Gehemelteplaatje
Een aantal kinderen met een volledige lip-, kaak-, gehemeltespleet krijgt, kort na de geboorte, een gehemelteplaatje aangemeten door de orthodontist. Dit is een op maat gemaakt plastic plaatje dat de hele bovenkaak en het harde gehemelte bedekt. Een deel van het plaatje is aan de buitenkant zichtbaar.

gehemelteplaatje1












Het gehemelteplaatje dient de volgende doelen:

  • Het plaatje houdt de tong uit de spleet. Zo leert uw kind de tong in de juiste positie te houden en te gebruiken. Bij kinderen die de tong direct al goed in de mond houden, is een plaatje niet nodig. Het wegvallen van de tong in de spleet, geeft de gehemeltehelften bovendien de gelegenheid om naar elkaar toe te groeien.
  • Het plaatje helpt bij de voeding. Er ontsnapt minder lucht via de gehemeltespleet naar de neus en het geeft een stevige structuur om de speen tegen leeg te duwen. Uw kind kan zo beter zuigen en drinken.
  • Het plaatje geleidt de groeirichting van de bovenkaak. Hierdoor wordt de onderlinge stand van de twee kaakhelften beter op elkaar afgestemd. Naarmate de stand van de kaakhelften verandert, moet het plaatje qua vorm worden aangepast.

Tijdens de eerste fase van de behandeling moet u elke twee tot drie weken met uw kind bij de orthodontist komen om het plaatje te laten bijstellen. Het effect van het gehemelteplaatje op de kaak- en gehemeltegroei wisselt per kind. Aanvankelijk helpt het plaatje om de spleet te versmallen. Dit maakt te zijner tijd het operatief sluiten van de spleet eenvoudiger. Op latere leeftijd is er qua kaakvorm geen verschil meer te zien tussen kinderen die wel of geen plaatje hebben gehad.

In de eerste dagen na het aanbrengen van het plaatje moeten u en uw kind er nog aan wennen. Uw kind heeft het plaatje dag en nacht in. Hierdoor krijgt het een heel ander gevoel in de mond, met minder tongruimte. Bovendien moet uw kind anders gaan drinken. Doordat het plaatje vacuüm zuigt, bestaat er geen kans op verstikking. Over het algemeen wennen kinderen snel aan het plaatje. U als ouders moet wennen, omdat u moet leren het plaatje in en uit te doen en het schoon te maken na de voeding.


Sluiting lip en zachte gehemelte bij volledige spleten
Het sluiten van zowel de lip als van het zachte gehemelte heeft door het ontstaan van trekkracht invloed op de breedte van de resterende spleet in het harde gehemelte. De spleet wordt smaller. Verder is het in deze instabiele situatie van groot belang om de vorming van littekenweefsel door operaties zoveel mogelijk te beperken. Ervaring heeft geleerd dat littekenweefsel in het harde gehemelte de normale uitgroei van de bovenkaak kan belemmeren. Om die reden wordt in Utrecht het sluiten van het harde gehemelte bij voorkeur gedaan op een leeftijd van ongeveer vier jaar. De resterende gehemeltespleet is dan vaak veel smaller geworden, makkelijker te sluiten en de kaak is voor een groot deel volgroeid.


 

 



Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden