Bij een volledige kaakspleet is er een spleet zichtbaar. Bij een incomplete spleet, is geen spleet zichtbaar en lijkt de kaakboog gewoon door te lopen, maar zit er geen bot onder het slijmvlies. Dit noemen we ook wel een submuceuze spleet.
Als uw kind ongeveer tien jaar oud is, sluit de kaakchirurg de spleet in de bovenkaak. Het moment van opereren wordt bepaald door de ontwikkeling van het blijvende gebit en de vorming van de tandwortels. Tandwortels zijn te zien op rontgenfoto’s. Daarom wordt vanaf het vijfde jaar met tussenpozen een röntgenfoto van de kaak gemaakt. In overleg met de orthodontist wordt het moment van opereren bepaald.
Voor de operatie
Vóór de operatie worden door de kaakchirurg of orthodontist röntgenfoto’s en portretfoto’s gemaakt om de uitgangssituatie vast te leggen. Ook wordt een paar weken voor de operatie een gipsafdruk (zogenoemd “happen”in afdrukpasta) gemaakt van kaak en gebit, om de operatie goed voor te bereiden.
Soorten bottransplantaat
Tijdens de operatie wordt het ontbrekende bot in de kaakboog aangevuld met bot uit het eigen lichaam (‘bot in gnatho’). Dit bot is vaak afkomstig uit de kin en soms uit de bekkenkam.
Als de kaakchirurg bot uit de kin gebruikt, maakt hij achter de lip (voor de tandenrij) een sneetje in het tandvlees van de onderkaak. Op die manier wordt het bot van de kin zichtbaar
De chirurg haalt een stukje bot weg en hecht het tandvlees weer dicht. Het gaatje dat in het bot van de kin ontstaat, groeit vanzelf weer dicht. Aan de buitenkant is hiervan niets te zien.
Bij gebruik van een stukje bot uit de bekkenkam, maakt de chirurg een opening in de huid van de bekkenrand en neemt een stukje bot weg.
Daarna begint de operatie aan de bovenkaak.
- Operatie bij een enkelvoudige spleet
Eerst wordt het tandvlees dat de spleet bedekt opzij geklapt. Het kaakbot ligt dan bloot
Een verbinding met de neus wordt gesloten met slijmvlies uit de kaakspleet. Daarna wordt een stukje transplantatiebot in de spleet geplaatst. Tenslotte wordt het tandvlees teruggeklapt en over het bottransplantaat heen gehecht.
Om het getransplanteerde stukje bot te beschermen, brengt de kaakchirurg een soort afdekplaatje aan. Dit ziet eruit als stopverf en zit tegen de achterkant van het bovengebit en tegen het gehemelte aan. Het doel van dit plaatje is om de wond te beschermen tegen invloeden van buitenaf, zoals eten en speeksel.

- Operatie bij een dubbelzijdige kaakspleet
Bij de dubbelzijdige schisis is sprake van drie kaakdelen. Het middelste kleine deel – de “tussenkaak” genoemd – is met een dunne botspaan verbonden aan het neus tussenschot. Het staat vaak in een verkeerde stand. Daarom moet dit kaakdeel worden losgemaakt. Dit wordt een “osteotomie” genoemd: “os” betekent bot en “tomie” wil zeggen doorsnijden/zagen. Daarna wordt het in de juiste positie neergezet.
Net zoals bij de enkelvoudige kaakspleet wordt eerst het tandvlees, dat de spleet bedekt, opzij geklapt. Daarna wordt de tussenkaak losgezaagd. Dan wordt met slijmvlies uit de kaakspleet de verbinding naar de neus afgesloten. Nadat de tussenkaak in de juiste positie is gezet, worden beide kaakspleten opgevuld met een bottransplantaat. Tenslotte wordt het tandvlees teruggeklapt en over het bottransplantaat heen gehecht. De tussenkaak wordt vaak met een dun staaldraadje bevestigd aan het neustussenschot. Dit draadje blijft zitten. De snijtanden in de tussenkaak worden ook met een draadspalk tijdelijk vastgemaakt aan de kiezen.
Duur van de opname
Uw kind wordt een dag voor de operatie opgenomen. Na de operatie blijft hij/zij nog drie tot vijf dagen in het ziekenhuis.
Duur van de operatie
De operatie duurt anderhalf tot drie-eneenhalf uur. De duur hangt af van het type kaakspleet. Een dubbelzijdige kaakspleet duurt langer.
Na de operatie
De meeste kinderen hebben na de operatie nauwelijks pijn. Is er bij uw kind transplantatiebot uit de kin verwijderd, dan heeft het na de operatie een grote steunende pleister op de kin. Het doel van deze steunpleister is om zwelling zoveel mogelijk te voorkomen en om stevigheid te geven aan het geopereerde gedeelte. De pleister zit vrij strak op de kin en voelt dus niet zo comfortabel aan. Ondanks deze pleister ziet de rest van de onderkaak er vrij gezwollen uit. De zwelling wordt in de loop van een aantal dagen wat minder.
De steunpleister wordt de derde dag na de operatie verwijderd.
Soms zijn kinderen na de operatie wat misselijkheid of hebben keelpijn. Ook kan er de eerste dagen nog wat bloed uit de mond of neus komen.
Bijna altijd worden in de mond oplosbare hechtingen gebruikt.
Het afdekplaatje wordt na ongeveer zeven dagen poliklinisch verwijderd. Als het plaatje er binnen twee dagen na de operatie uitvalt, verzoeken wij u dit te melden bij de kaakchirurg.
Mond- en neusverzorging na de operatie
Het is belangrijk dat uw kind dat gedeelte van de mond waar niet geopereerd is, viermaal per dag poetst met een zachte tandenborstel en een beetje tandpasta. Daarnaast moet de mond gespoeld worden met behulp van een monddouche. Verzorg de lippen met Labello of Vaseline en bij wondjes met zinkzalf (6 maal daags).
De neus mag de eerste tien dagen niet met druk gesnoten worden.
Eten en drinken na de operatie
Op de dag van de operatie en de eerste dag daarna, mag uw kind alleen dunne vloeibare voeding gebruiken. De tweede en derde dag wordt daar gebonden vloeibare voeding aan toegevoegd (vla, gebonden soep).
De vierde dag mag uw kind gemalen voedsel eten en brood zonder korstjes, met smeerbaar beleg. Kleine kauwbewegingen zijn toegestaan, maar laat uw kind niet afhappen. Gebruik geen rietjes en vorken. In plaats van een lepel kan uw kind ook een gewone beker (geen tuitbeker) gebruiken bij de vloeibare voeding.
Kans van slagen
Bij elke operatie kan een infectie optreden, maar door alle maatregelen en de ervaring van artsen en verpleegkundigen is de kans op het mislukken van de bottransplantatie klein. De kans van slagen is 98%.
Mogelijke complicaties
Ondanks de zorgvuldige manier waarop de arts uw kind opereert, kunnen er bij een ‘bot in gnatho’ operatie complicaties optreden. Complicaties die na een operatie voor kunnen komen zijn een nabloeding of infectie. Om de infectiekans zo klein mogelijk te maken, krijgt uw kind tijdens de operatie en tot twee dagen na de operatie antibiotica via het infuus.
Verder bestaat er een kans dat het stukje bot bloot komt te liggen of dat er een gaatje in het gehemelte overblijft. Hierdoor kan er vloeistof in de neus komen met drinken. Zo’n restgaatje wordt in een later stadium gesloten.
Als er bot uit de kin is gebruikt, kan uw kind tijdelijk een ander gevoel in de onderlip hebben. Als er bot uit de heup is gebruikt, kan dit soms twee weken pijn veroorzaken bij het lopen.
Ontslag
Het moment van ontslag wordt in overleg met u bepaald. Het is belangrijk dat:
- uw kind zelf weer voldoende kan eten en drinken
- uw kind geen koorts heeft
- uw kind de laatste gift antibiotica heeft gehad
- uw kind de mondverzorging zelfstandig kan uitvoeren
- de wond niet nalekt.
Controleafspraken
Bij ontslag krijgt uw kind een afspraak mee voor controle bij de kaakchirurg, één week tot twee weken na de operatie. Bij de eerste controle op de polikliniek wordt het afdekplaatje verwijderd. De gebitsspalk die de tussenkaak vasthoud (bij dubbelzijdige kaakspleet) wordt na ongeveer zes weken verwijderd.
Door middel van röntgenfoto’s en eventueel afdrukken, beoordeelt de arts hoe het met uw kind gaat
Verder krijgt uw kind een afspraak mee voor de orthodontist van het team, ongeveer zes weken na de operatie.
Na afronding van de orthodontische behandeling komt uw kind nog een keer terug bij de kaakchirurg voor een afsluitende beoordeling.
Leefregels voor thuis
De meeste kinderen kunnen na een week hun normale activiteiten op school weer hervatten. Rustige sporten zoals zwemmen is verantwoord. Zware inspanning en contactsporten, zoals balsporten of judo worden de eerste paar weken afgeraden.
De eerste twee weken mag uw kind geen hard voedsel gebruiken en niet afhappen (bijvoorbeeld van appels).
Uw kind moet thuis tweemaal daags de mond spoelen ( een uur voor of na het poetsen) met chloorhexidine.
Neemt u contact op met de behandelend kaakchirurg als:
- de zwelling van de kin toeneemt,
- er na drie dagen koorts optreedt,
- uw kind onaangenaam ruikt uit de mond.