Bij gecombineerde lip-, kaak-, gehemeltespleten zijn er afwijkingen van de tandstand, die door de orthodontist behandeld moeten worden.
Afwijkingen van de tandstand vergroten de kans op gaatjes (cariës) en tandvleesziekten (parodontopathie). Dat komt omdat zowel de melktanden als de blijvende tanden en kiezen vaak dicht op elkaar staan (crowding) en een onregelmatige rij vormen die niet of slecht door de tong, wang en lippen kan worden schoongemaakt Daarom is het nodig om extra aandacht te besteden aan de mondhygiëne. De tanden en kiezen worden anders beschadigd, voordat ze later door de orthodontist in een regelmatige tandboog kunnen worden geplaatst.
Regelmatig bezoek aan de huistandarts is noodzakelijk. De tandarts van het schisisteam is niet degene die de halfjaarlijkse controle doet. Behandeling vindt alleen in het WKZ plaats als de eigen tandarts het niet kan.
De mondhygiënische verzorging, mogelijk tandbederf, tandvleesziekten en eventuele glazuurafwijkingen worden tijdens de spreekuren van het schisisteam onderzocht.
Verder wordt gelet op afwijkingen in doorbaak en mogelijk niet aangelegd zijn van een of meerdere tanden en/of kiezen (agenesie). Als één of meerdere tanden/kiezen ontbreken, is het vaak toch mogelijk om door behandeling van de orthodontist aaneengesloten tandbogen te vormen. Soms is het nodig om de vorm van de tanden te verfraaien (langer, breder of minder puntig) door tandheelkundige behandeling.
Als er te weinig tandmateriaal is om aaneengesloten bogen te kunnen vormen door de orthodontist, moet als uw kind uitgegroeid is (op ongeveer 17 jarige leeftijd), ‘tandmateriaal’ worden toegevoegd. Meestal kan dat met één of meerdere implantaten of door kronen en bruggen.
Als meerdere tanden niet zijn aangelegd is het soms nodig om uitneembare protheses te dragen die door de groei steeds moeten worden aangepast of opnieuw moeten worden gemaakt totdat uw kind uitgegroeid is.
Als u of uw kind dat wenst, kunnen bepaalde tandheelkundige behandelingen onder narcose worden uitgevoerd omdat er bijvoorbeeld voor een andere behandeling een narcose wordt gepland.
Het spreekt vanzelf dat behandelingen door de mondhygiëniste, de ziekenhuistandarts van het WKZ en de maxillo-faciaal prothetist in nauwe samenhang met elkaar en met de orthodontist, de kaakchirurg en andere leden van het schisisteam worden aangeboden.
Bijlage kaakcorrectie
Als er een duidelijke onderontwikkeling van de bovenkaak is, zal er een intensieve samenwerking tussen de orthodontist en de kaakchirurg zijn.
De bovenkaak is in groei achtergebleven, waardoor de onderkaak voor de bovenkaak lijkt uit te steken.
Bij kinderen met een totale schisis staat het kaakdeel aan de gespleten kant vaak naar binnen gedraaid, wwardoor onder en bovenkiezen elkaar slecht raken. Een blok kiezen naar buiten duwen heeft geen zin, omdat het steundragende bot waarin de kiezen staan, niet mee naar buiten komt. Het geheel zal na verloop van tijd in zijn oude positie terugkeren. Het blok kiezen met een steundragende bot moet operatief naar buiten worden gezet om een juiste relatie tussen boven-en onderboog te krijgen.
De orthodontist begint meestal met het plaatsen van een slotjesbeugel op boven-en ondergebit en maakt daarmee regelmatige gebitsbogen.
Boven de wortelpunten van de tanden en kiezen wordt het kaakdeel losgemaakt en naar buiten gezet. Om het resultaat van de verplaatsing vast te houden en in de juiste positie te laten genezen, worden de boven-en onderkaak gedurende vier tot zes weken aan elkaar vastgemaakt.
Ook wordt de bovenkaak met plaatjes inwendigaan elkaar gemaakt. Gedurende die tijd moet uw kind vloeibaar voedsel eten omdat het niet kan kauwen.
De operatie gebeurt van binnenuit. In het gezicht of langsde kaakranden komen geen littekens. Voor deze operatie moet uw kind ongeveer 5 tot 7 dagen worden opgenomen in het ziekenhuis.

Soms kan de spraak verslechteren door de voorwaartse verplaatsing van de bovenkaak. een hersteloperatie door middel van een verlenging van het zachte gehemelte (Pharyngoplastiek) is dan mogelijk.