Voor iedere type probleem dat zich eventueel bij het voeden van een baby met schisis kan voordoen wordt systematisch bekeken welke oplossingen geprobeerd kunnen worden.
Het is belangrijk om goed te kijken naar de baby tijdens het drinken en om te proberen te begrijpen wat de problemen bij het voeden zijn en waardoor ze worden veroorzaakt.
Vraag eventueel hierbij hulp van de wijkverpleegkundige, een deskundige op het consultatiebureau of van uw huisarts.
Overweegt u de hoeveelheid voeding te wijzigen, overleg dat dan eerst met degene die de voeding begeleidt. Uiteraard kunt u altijd het schisisteam voor hulp inschakelen.
Aan de hand van de precieze moeilijkheden van de baby waar het om gaat, kan een keuze uit de aangeboden oplossingen worden gemaakt.
Als het over voeding gaat zijn de belangrijkste principes:
- nooit forceren!
- normale voedingsduur: 20 a 30 minuten;
- bij problemen, vragen of twijfels; niet blijven tobben maar hulp inschakelen!
Zuigen
Zuigen, slikken en ademhalen zijn processen die in goede coördinatie moeten verlopen. Hier is enige rijpheid voor nodig. Alle pasgeborenen en ook hun ouders moeten 'uitvinden' hoe het voeden het beste gaat.
De ouders komen erachter wat de prettigste voedingshouding is door het te proberen. Rechtstreeks lichamelijk contact tijdens de voeding, waarbij je elkaar ook kunt aankijken, is voor ouders en kind plezierig (figuur 7). Als het kind goed rechtopzit, kan de zwaartekracht zijn werk doen. Als u ervoor zorgt dat de nek en de rug in elkaars verlengde liggen, wordt het slikken vergemakkelijkt. Het is handig een hand vvrij te houden, bijvoorbeeld om een spuugdoekje te pakken, maar ook om de baby bij het zuigen te kunnen stimuleren. Over en om de mond strelen stimuleert de zoek-en zuigreflex. Door de lippen en wangen naar voren te duwen sluit de mond beter om de speen.

Oplossingen bij problemen met zuigen:
Houding aanpassen:
- rechtop;
- nekverlenging (hoofd licht naar voren);
- op uw bovenbenen (kind met de billetjes tegen uw buik.
Manuele stimulatie:
- zacht over de lippen strijken;
- lipspleet dichterdrukken;
- wangen naar voren duwen.
Voeding aanpassen:
- verdunnen (pas op voor verslikken!).
Speengat aanpassen:
- zo groot dat de melk eruit drupt;
- spleetje of kruis in plaats van rond gat;
- spleetje aan niet-schisis zijde;
- spleetje aan beide zijden.
Speenpositie:
- Speen tegen kaken of intacte deel van het gehemelte.
Speen aanpassen:
Vermoeidheid
Omdat je als ouder zo graag wilt dat je kind goed groeit bestaat het gevaar dat je te lang met de voeding bezig bent als het niet vanzelf goed verloopt. Drie kwartier tot een uur is geen uitzondering. Dit is absoluut af te raden omdat zowel uw kind als uzelf niet voldoende rust tussen de voedingen krijgt. Langer dan 20 a 30 minuten moet de voedingstijd eigenlijk niet worden. Soms moeten meerdere gesuggereerde oplossingen worden uitgeprobeerd voor het goede ritme voor uw kind is gevonden. Vraag hulp als het op eigen kracht niet lukt. Meestal begint een kind hongerig aan een voeding en zal hij goed zijn best doen. Dan mag hij zich 5 à 10 minuten goed inspannen voor het drinken. Zo komt hij aan bevrediging van zijn zuigbehoefte en oefent hij zijn mondspieren. Daarna wordt hij moe en mag het hem wat makkelijker gemaakt worden. Bij voeden met een fles begin je met de speen op een 'moeilijke' stand (stand 1, korste streepje of 'slow') en vervolgt met een groter spleetje (stand 2, middelste streepje of 'medium') of met een oude speen met een groter voedingstoevloed. Bij de Haberman kun je meeknijpen op het zuigritme van het kind.
Oplossingen bij vermoeidheid:
Tijd:
- beperken tot 20 a 30 minuten
Aantal voedingen:
- meer flessen met minder voeding;
- minder flessen met meer voeding;
- minder flessen met verdikte voeding (kan niet met Haberman; die raakt verstopt).
Haberman:
- Beginnen zonder of met weing meeknijpen, bij vermoeidheid meer meeknijpen. Halverwege de voeding de speen op een grotere stand
Speen aanpassen:
Verslikken
Als uw kind niet zelf de melkstroom kan regelen ontstaat er gevaar voor verslikken. Dit gebeurt als er teveel voeding rechtstreeks naar de keel spuit, wat met een te groot rond gat op de top van de speen het geval is. Met een spleetje in plaats van een rond gat, krijg je het effect van een broes op een plantengieter: de melk verspreidt zich in de mondholte en de baby moet het zelf verzamelen. Als dit spleetje aan de zijkant zit en niet op de top van de speen komt de voeding in de wangen terecht en niet direct in de keel.
De onrijpheid van de zuig-slikcoördinatie en het meeslikken van teveel lucht (zie ook onder 'luchthappen') kunnen ook tot verslikken leiden.
Oplossingen bij verslikken:
Houding aanpassen:

Voeding niet rechtstreeks in de keel:
- opening aan de zijkant
- liever spleetje dan rond gat
Niet teveel lucht:
- speen op kleine stand
- voeding iets verdikken met johannesbroodpitmeel
Speen aanpassen:
Luchthappen
Door de problemen in de coördinatie van zuigen, slikken en ademhalen wordt er vaak te veel lucht meegeslikt. Dit geeft sneller een voldaan gevoel door de volle maag. Het kind zal eerder stoppen met drinken. De lucht in de maag en darmen gaat bubbels en gas vormen wat tot krampen en buikpijn leidt. Een huilend kind en stress tijdens de voeding kunnen het resultaat zijn.
De belangrijkste oplossingen liggen in de maatregelen die ervoor zorgen dat er zo min mogelijk lucht wordt meegeslikt: de speen goed vol melk houden of overgaan op de Haberman.
Ook die speen moet geheel gevuld worden met melk. Door het kind gedurende de voeding vaker te laten boeren wordt veel lucht weer afgevoerd.
Als er grote luchtbellen uit de maag ontsnappen komt er vaak een golf voeding mee. Dit heeft spugen of voeding teruggeven door de neus tot gevolg.
Oplossingen bij luchthappen:
- zorg dat de speen goed gevuld blijft met melk;
- Haberman;
- laat de mond de speen goed omsluiten;
- vaker laten boeren
Darmkrampen
De darmen zijn in de periode na de geboorte nog onvoldoende ontwikkeld. Hierdoor kunnen bij alle pasgeborenen darmkrampjes voorkomen. Meestal zijn die met zes weken het ergst en met drie tot vier maanden weer voorbij. Op zich eet en groeit het kind goed. Het is echter onrustig en huilerig na de voeding. Het valt even in slaap, maar wordt huilend weer wakker. Bij kinderen met schisis kan ook te veel luchthappen een rol spelen.
Darmkrampen worden soms veroorzaakt doordat de baby over de hele dag opgeteld te veel of te weing voeding krijgt aangeboden. Vraag advies bij het consultatiebureau over de hoeveelheid. Daarnaast wil niet elk kind in iedere fles op ieder moment van de dag evenveel voeding. Er ontstaat een eigen individueel dagritme.
Oplossingen bij darmkrampen:
- minder luchthappen;
- vaker laten boeren;
- voedingstijd verlengen tot 30 minuten;
- aangezuurde voeding geven;
- venkelthee;
- minder voeding per dag;
- meer voeding per dag;
- minder voeding per fles.
Spugen
Met boeren tijdens of na de voeding komt soms een golfje voeding mee. Dat is heel normaal. Ook als de hoeveelheid die wordt teruggegeven iets groter is door ontsnappende luchtbellen, soms pas enige tijd na het voeden, kan dat weinig kwaad. Dit komt doordat de ventielwerking tussen de maag en de slokdarm nog niet volgroeid is. Met de groei en rijping komt dat vanzelf. Echt 'projectielbraken' waarbij een grote hoeveelheid voeding met grote kracht in een straal wordt uitgebraakt, daarentegen, is niet normaal en kan op een probleem wijzen. Hierbij moet een arts worden geraadpleegd.
Oplossingen bij spugen
- voedingstijd verlengen tot 30 minuten;
- niet te veel voeding geven;
- minder luchthappen;
- vaker laten boeren;
- voeding iets verdikken met johannesbroodpitmeel;
- niet direct na de voeding neerleggen, ook niet als het al in slaap is gevallen;
- bij projectielbraken: arts inschakelen.
Voeding door de neus
Spugen en verslikken kan bij kinderen met een gespleten gehemelte makkelijk leiden tot voeding teruggeven door de neus. Dit komt omdat de mond-en neusholte niet van elkaar zijn afgesloten. Op zich kan het geen kwaad. Het is alleen niet zo'n prettig gezicht. Uitgebreid schoonmaken is niet eens noodzakelijk; als er maar geen voedingsresten langdurig achterblijven die kunnen gaan smetten. Geef eventueel een paar slokjes water toe of laat de baby sabbelen op een nat gaasje of washandje.
Oplossingen bij voeding door de neus:

- speen niet in gehemeltespleet;
- geen gat op de top, maar spleetje aan de zijkant;
- geen prikkelende vloeistoffen, geen citrusvruchten;
- paar slokjes gekookt water (lauw) met de fles nageven.