Bij het spreken zijn nauwkeurige en snelle bewegingen van de lippen, tong en
zachte gehemelte essentieel. Veel kinderen met een schisis hebben daar moeite
mee. Deze mondmotorische oefeningen zullen een ondersteuning zijn voor het
spreken.
Algemeen geldt dat het leuk is om de spelletjes samen te doen met uw kind,
broertje, zus, vriendje of vriendinnetje. Dit kan samen en/ of om de beurt (het
moet geen wedstrijd worden, anders worden de oefeningen slordiger uitgevoerd).
Het allerbelangrijkste is, dat uw kind niet alle oefeningen moet kunnen of dat hij
alle oefeningen heeft gedaan. Het gaat erom plezier te krijgen bij het verstevigen
van de spraakspieren.
Logopedisten hebben geprobeerd om leeftijden bij de oefeningen te zetten.
Oefeningen die bovenaan staan zouden makkelijker zijn dan oefeningen die
onderaan staan. Maar elk kind is verschillend en heeft zijn eigen tempo en
interesse. Hierdoor zou bijvoorbeeld een ouder kind veel moeite kunnen hebben
met de oefeningen die bovenaanstaan, maar minder met de oefeningen die
onderaan staan.
Tips voor het oefenen:
- Oefen alleen als uw kind goed is uitgerust.
- Oefen zonder veel afleiding van andere mensen en zonder veel
omgevingsgeluiden.
- Als uw kind snel afgeleid is, speel dan eerst met een speeltje waar het kind
geïnteresseerd in is, waarna u weer verder gaat met het de oefening.
- Stop met uitlokken en proberen, voordat uw kind geïrriteerd raakt.
- Probeer altijd maar een ding tegelijk.
- Het makkelijkst is om eerst te beginnen met het voordoen, daarna mag uw
kind u nadoen. Gaat dit goed, dan kunt u het afwisselen door het samen of
om de beurt te doen.
- Achter de oefening staat een getal of tijd aangegeven. Elke keer als een
oefening te moeilijk is voor een kind, gaat u een stapje terug door het getal
of tijd te minderen. Gaat de oefening goed, dan kunt u de oefening
moeilijker maken door het tijdslimiet te verhogen (tot een zekere mate) en
door het aantal keren te verhogen.
- Let goed op, bij sommige oefeningen staan andere instructies.
- Uw kind hoeft niet meteen de eerste keer de oefening perfect uit te voeren.
Corrigeer het kind zonodig, maar geef altijd positieve feedback
(complimentjes), ondanks het feit dat uw kind het niet beter kan.
- Oefen iedere dag even, dit werkt beter dan één keer per week een half uur.
Zachte gehemelte
Het zachte gehemelte heeft een belangrijke functie. Als het omhoog beweegt
tegen de achter keelwand sluit het de neusweg af. Op deze manier stroomt de
lucht vanuit de longen door de mondholte naar buiten. Het zachte gehemelte
neemt deze positie aan tijdens zuigen en blazen en bij alle spraakklanken, behalve
/n/, /m/, /ng/. Wanneer de bewegingsmogelijkheid en/ of de lengte van het
zachte gehemelte niet voldoende is, zal er lucht door de neus ontsnappen en zal de
spraak nasaal klinken.
Wanneer uw kind nasaal spreekt of het moeilijk vindt om te blazen en te zuigen
zullen oefeningen voor het zachte gehemelte kunnen helpen.
- Blazen tegen een molentje (5- 10 keer).
- Blaadje/ veertje omhoog blazen (3-5 sec. in de lucht houden).
- Prop watten/ confetti wegblazen over een gladde tafel (oefen hierbij het
richten. Verspreidt de watten of confetti over de tafel heen, zodat uw kind alle
stukjes naar 1 kant kan blazen).
- Blazen tegen het rode balletje, het witte balletje (5- 10 keer).
- Blaasvoetbal met een pingpongbal (3- 5 doelpunten).
- Op een (kermis)fluitjes blazen (5- 10 keer).
- Blazen of uitademen op een spiegeltje/ raam ( 3- 5 keer).
- kegeltjes of plastic bekers omblazen (hoe beter het gaat met blazen, hoe meer
kegeltjes of bekers u kunt plaatsen. Dit is een hele goede oefening om gericht
te leren blazen).
- Lucifers/ kaarten omblazen (hoe beter het gaat met blazen, hoe meer lucifers
of kaarten u kunt plaatsen. Dit is ook een hele goede oefening om gericht te
leren blazen).
- Inktvlek/ ecoline uit elkaar blazen (gebruik verschillende kleuren, dit geeft een
heel mooi effect op het papier. Probeer deze oefening om de zoveel weken te
herhalen, dan ziet u en uw kind of het blazen vooruit is gegaan. Hoe grote/
langer de vlekken, hoe sterker uw kind kan blazen. Ook kunt u de inkt/ ecoline
in verschillende richtingen laten blazen).
- Bootjes op het water wegblazen (maak er een wedstrijdje van, welk bootje het
eerst de finish heeft gehaald. Let op, hierdoor wordt het blazen vaak slordig
uitgevoerd. Zorg ervoor dat u, als ouder rustig en langzaam blijft blazen.
Hierdoor geeft u gelijk het goede voorbeeld. Uw kind kan ervaren, dat snel en
slordig blazen minder effectief is dan langzaam en gericht blazen).
- De wind naspelen.
- Blazen tegen je haren en borst. Dit is ook gelijk een lipoefening. Je houdt je
hoofd recht en je blaast richting het haar of richting de borst (5-10 keer).
- Blad op voorhoofd plakken en wegblazen tot men aangezicht ziet (5- 10 keer).
- Zeepbellen blazen en in de lucht houden (3- 5 sec.).
- Verschillende brandende kaarsen naast elkaar plaatsen op dezelfde afstand en
om de beurt uitblazen (naarmate het goed gaat, kunt u meerdere kaarsen
achter elkaar zetten).
- Tegen een kaarsvlam blazen op steeds grotere afstand.
- Met een rietje in een glas water blazen ( hierbij oefent u gecontroleerd blazen.
Laat uw kind zowel kleine belletjes als grote bellen blazen. Wissel dit af).
*de volgende oefeningen zijn voor de meeste kinderen vrij moeilijk. (gevorderde
blazers)
- Papieren zak opblazen en dan doen ontploffen ( 1 á 2 keer).
- Ballon opblazen (1 á 2 keer).
- Fluiten (fluit zowel hoge tonen als lage tonen. En probeer uiteindelijk een
melodietjes te fluiten).
- Twee gevouwen bladen (dun papier) tegen elkaar houden en dan ertussen
blazen; dit geeft een klapperend geluid (5- 10 keer).
- Gericht over een fles heenblazen tot men tot men een toon hoort; fles met
water vullen zodat je verschillende tonen hoort (probeer uiteindelijk een liedje
te blazen, bijvoorbeeld ‘vader Jacob’).
- Prop wegschieten door een buisje, eerst met de lippen dan gerichte ademstoot
zonder de lippen te gebruiken (Let op: niet inademen, probeer op een voorwerp
te schieten. Door dit moeilijker te maken kunt u de afstand vergroten of een
kleiner voorwerp kiezen).
- Klein snoepje met een rietje door een doolhof blazen.
Het doel van zuigoefeningen is om het zachte gehemelte te trainen en te
stimuleren. De zuigoefeningen zijn echter niet gerelateerd aan de spraakklanken.
Dus zijn de blaasoefeningen belangrijker dan de zuigoefeningen. Toch is het goed
om deze oefeningen te doen. Als het kindje uit een beker gaat drinken, moet hij
een goede lipsluiting en een krachtige zuigfunctie hebben om niet te knoeien.
*vooroefening: om het zuigen makkelijk aan te leren kunt u uw kind een pakje sap
aanbieden met een rietje erin. Door zachtjes in het pakje te knijpen, help uw
kindje mee om het zuigen te stimuleren. Bouw het knijpen langzaam af, het kindje
kan op een gegeven moment zelf uit een rietje zuigen.
- Pepermuntje opeten. Dit zorgt ervoor dat je de luchtstroom beter in je mond
voelt (als je zuigt of blaast).
- Geeuwen (met open en gesloten mond). Kijk maar in de spiegel of je beweging
ziet in je gehemelte ziet (1- 3 keer).
- Lang aangehouden zoen op de hand. ( smeer lipstick op uw mond en van uw
kind en geef om de beurt een kus op elkaars hand of op een blanco papiertje.
Laat zien dat u uw lippen goed tuit. Ook kunt u het verschil goed laten zien op
het blanco papiertje).
- Onderlip naar binnen zuigen (5- 10 sec. vasthouden).
- Wangen naar binnen zuigen (5- 10 sec. vasthouden).
- Lippen tussen de tanden in de mond zuigen (5- 10 sec. vasthouden).
- Stukje papier tegen de mond aanzuigen (3- 5 sec. vasthouden).
- Figuurtjes (kleurige hartjes, vierkantjes, rondjes etc.) opzuigen uit een doos
met een rietje of zonder (Deze figuurtjes van de ene doos naar een ander
verplaatsen).
- Tong vastzuigen tegen het gehemelte en loslaten ( 5- 10 keer).
*de volgende oefeningen zijn voor de meeste kinderen vrij moeilijk. (gevorderde
zuigers)
- Schoteltje met vloeistof; deze vloeistof opslurpen, zonder dat de lippen het
schoteltje raken (1 keer, probeer het eerst voor te doen).
- Beker aan de mond zuigen (tip: koop of maak een doorzichtige beker met een
neusuitsparing. Hierdoor hoeft uw kind niet zijn/ haar nek naar achteren te
gooien, zodat al het vloeistof in een keer eruit loopt. Ook kunt u, doordat de
beker doorzichtig is, meer controle hebben over de hoeveelheid vloeistof de uw
kind binnen krijgt). Zie bladzijde 26 voor een tekening.
- Vloeistof met een rietje opzuigen (Zie boven: oefening met pakje).
- Vloeistof opzuigen door gekronkeld slangetje (verschillende gekronkelende
rietjes gebruiken voor de afwisseling, het liefst redelijk doorzichtig, zodat uw
kind het vloeistof kan volgen).
- Vloeistof met rietje opzuigen uit glas en naar ander glas overbrengen.
Andere gehemelteoefeningen:
- Wangen bol opgeblazen houden (5- 10 sec. vasthouden).
- Diep inademen door neus en uitademen door mond en omgekeerd (5- 10 keer).
- Snuffelen/ ruiken (3- 5 keer). Laat uw kind geblinddoekt allerlei geuren ruiken.
Bijv. koffiepoeder, vanillepoeder, muntbladeren etc.
- Doen alsof je kersenpitten wegschiet (gericht schieten, in het bakje).
- Gorgelen.
- Bij open mond het zachte gehemelte op en neer bewegen voor de spiegel.
Mond in de aaa- stand brengen, tong rustig plat houden huig opgetrokken. Daarna
de mond sluiten. Ook voor de spiegel laten doen, zodat het kind kan zien dat de
huig omhoog beweegt. Dit betekent dat het zachte gehemelte omhoog beweegt.
Tongbeweging is belangrijk voor het kauwen, likken en slikken. Tongbeweging
speelt ook een belangrijke rol bij het spreken. Tijdens het spreken beweegt de
tong naar voren en naar achteren, naar boven en naar beneden. Deze bewegingen
zorgen ervoor dat klanken nauwkeurig worden geproduceerd. Als uw kind
spraakmoeilijkheden heeft en moeite heeft goede tongbewegingen in en buiten de
mond te maken zal het worden geholpen door tongoefeningen. Kinderen met schisis
gebruiken vaak meer het midden en de achterkant van de tong en minder de
tongpunt.
- Likken van een schoteltje (eerst iets dik en vloeibaar, bijvoorbeeld chocopasta,
pindakaas, later iets dunner bijvoorbeeld vla, yoghurt etc.)
Leg op een schoteltje iets wat uw kind lekker vindt bijv. pindakaas,
smeerworst, kruimels brood etc. Doe voor hoe je het voedsel van het bord likt.
Laat het kind het nadoen.
Zorg ervoor dat:
- Het bord op de tafel blijft staan;
- Het kind de tong uitsteekt en een likkende beweging maakt;
- Het kind niet alleen met de lippen het voedsel naar binnen
werkt.
- Voedsel aflikken van de lippen
Doe een beetje voedsel op de lippen van uw kind. Moedig het kind aan dit eraf
te likken. Laat het kind met de tong bewegingen naar boven, naar beneden en
zijwaarts te maken.
Zorg ervoor dat het kind alleen de tong gebruikt en niet de lippen of tanden.
Het komt vaak voor dat het kind zijn onderlip gebruikt om iets van zijn bovenlip
te halen en omgekeerd. Het kan ook zijn dat het kind zijn tanden daarvoor
gebruikt.
Herinner het kind er dan aan steeds de tong te gebruiken.
- 0efeningen met alledaagse activiteiten
- Likken van enveloppen
- Tong uitsteken; een mooie spitse tongpunt kunnen maken (om de beurt laten
zien aan elkaar en voor de spiegel).
- Klakken met de tong (mee klakken op een liedje. Bijv. u draait het
lievelingsliedje van uw kind en samen klakt u mee met de maat).
- Neus en kin afwisselend proberen aan te raken met de tong. (5- 10 keer).
- Zingen van liedjes op lalala, waarbij de tongpunt achter de tanden blijft.
Eventueel afwisselen door het liedje met de gewone woorden te zingen. Zing
ook eens een liedje op dadada of tatata.
De lippen spelen een rol bij controle over het kwijlen, slikken en blazen. Bovendien
zijn de lippen van belang bij het spreken. uw kind moet zijn lippen open en dicht
kunnen doen; ze naar voren kunnen bewegen (tuiten) en ze kunnen spreiden. Bij
sommige klanken /sh/, /w/ en /oo/ moeten de lippen getuit worden, bij andere
klanken zoals de /ee/ en de /ie/ moeten de lippen worden gespreid.
De zuig- en blaasoefeningen die eerder beschreven zijn, zijn ook goede
lipoefeningen. De lippen moeten namelijk gerond en enigszins getuit worden
tijdens deze activiteiten.
Overige oefeningen:
- Zoentjes geven ( smeer lipstick op uw mond en van uw kind en geef om de beurt
een kus op elkaars hand of op een blanco papiertje. Laat zien dat u uw lippen
goed tuit. Ook kunt u het verschil goed laten zien op het blanco papiertje).
- Varkenssnoetje maken (om de beurt, maak er geluid bij en doe het samen voor
de spiegel).
- Donald Duck- bek of andere rare gezichten trekken (om de beurt, maak er
geluid bij en doe het samen voor de spiegel).
- Lippen tuiten en breed maken (5- 10 keer achterelkaar).
- Met de lippen iets oppakken van tafel. Bijv. een potlood (dwars) (verplaats het
potlood naar een andere plek).
- Stimuleer uw kind om als hij niet praat zijn mond gesloten te houden,
bijvoorbeeld tijdens televisie kijken of voorlezen. Hij kan hierbij bijvoorbeeld
een papiertje, Flippo of potlood tussen de lippen vasthouden, dat dan niet mag
vallen.
- Bindt een knoop met een touwtje aan een fles. Deze knoop plaatst u tussen de
lippen en tanden van uw kind. Laat dan de fles hangen. Dit is een goede
oefening voor de neusademhaling en om de lippen sterker te maken. Probeer de
fles max. 3 minuten ( bouw de tijd langzaam aan op. Bijv. eerst 30 sec., als dit
goed gaat, steeds langer.) vast te houden tussen de lippen (let op hij mag niet
zijn/ haar tanden gebruiken). Daarna kunt u de oefening moeilijker maken door
de fles steeds zwaarder te maken. U kunt bijv. water, rijst of suiker in de fles
doen tot een zekere mate. Het moet niet al te zwaar worden. Om het leuk te
maken kunt u een eierwekker plaatsen voor de tijd.