De vorm van schisis kan specifieke problemen veroorzaken bij de
spraakontwikkeling. En ook hier is het weer de spleet in het gehemelte die de
belangrijkste problemen veroorzaakt. Voor een goed verstaanbare spraak moet het
gehemelte de mogelijkheid hebben de neusholte van de mondholte af te sluiten: in
het Nederlands moet alleen bij de klanken /n/, /m/, /ng/ lucht door de neus
gestuurd worden: bij de andere klanken mag dat niet. Het zachte gehemelte moet
enerzijds lang genoeg zijn om bij afsluiting de keelachterwand te bereiken, en
moet anderzijds flexibel genoeg zijn om hoog opgetrokken te kunnen worden. De
heffende spier die bij de operatieve sluiting van het zachte gehemelte aan elkaar
wordt gebonden moet zijn werk goed kunnen doen.
Soms leidt de operatie ertoe dat het gehemelte door de samentrekkende werking
van littekens minder goed uitgroeit, waardoor het te kort wordt voor de afsluiting
naar achteren; soms is het littekenweefsel te stug en soms de aanhechting te strak
om voor de afsluiting naar boven te kunnen zorgen. Dan ontstaat er een ‘ open
nasale spraak’ of ‘ hypernasale spraak’
De lengte en de bewegelijkheid van het gehemelte voor de operatie zijn bepalend
voor de klanken na de operatie. Mocht het gehemelte van zichzelf te kort zijn of
minder bewegelijk, dan kan er ook een ‘open nasale spraak‘ of ‘hypernasale
spraak’ ontstaan. En dit behoudt het kind dan vaak ook na de operatie.
Als het kind uit zichzelf de neusholte niet kan afsluiten, omdat het zachte
gehemelte niet lang genoeg is, heeft ook het maken van ‘ plofklanken’ als /p/, /t /
en /d/ moeilijkheden, omdat er druk in de mondholte moet worden opgebouwd.
Vaak merk je dat kinderen andere klanken ervoor in de plaats gaan maken ter
compensatie . Deze klanken worden meer achter in de keel gevormd; de / k/ en de
/g/. Daardoor wordt ‘ pappa’ dus ‘ kakka’ . dit wordt ‘ retro- articulatie’ genoemd.
Over het algemeen hebben kinderen met schisis, geen of nauwelijks moeite met
klinkers. Het zijn vooral de medeklinkers waar de meeste kinderen met schisis
moeite hebben.
De klinkers komen voor rond de 6e levensweek. Het begint eerst met rare geluidjes
maken, voornamelijk doffe ‘e’ s. Rond de 4 maanden brabbelt het kindje allerlei
klanken, die nog geen echte woorden vormen. Bij kinderen met schisis is het veel
voorkomend dat een kindje over het algemeen vaak de /aa/ produceert. De /aa/ is
het meest open en is gemakkelijk te maken omdat deze klank voor in de mond zit.
De rest van de klinkers volgt vanzelf. Kinderen met een schisis hebben over het
algemeen weinig moeite met het produceren van de klinkers.
De medeklinkers zijn onder te verdelen naar articulatieplaats en naar wijze van
articuleren.
Plaats van articulatie:
De Nederlandse medeklinkers worden op de volgende plaatsen gearticuleerd:
Plaats Letters
| lip- klanken | p, b, m |
| lip/ tand- klanken | f, v, w |
| tongpunt- klanken | t, d, s, z, n, l, tongpunt r |
| midden- tong- klank | j |
| achter-tong- klank | ng, g, k, huig r |
| keel- klank | h |
wijze van articulatie:
Op welke wijze stroomt de luchtstroom (meer of minder gehinderd door afsluiting
door tong of lippen) naar buiten specifiek bij kinderen met een schisis:
* oraal of nasaal: komt de luchtstroom via de mond of via de neus naar buiten?
In het onderstaande tabel kan je zien op welke leeftijd (ongeveer) een kindje met
schisis
de medeklinkers leert:
Leeftijd Medeklinkers
| 1; 3 tot 1; 9 | m, *n, j, w of *l |
| 1; 9 tot 2; 0 | k en soms g |
| 2; 0 tot 2; 3 | h, g, *s, *t |
| 2; 3 tot 2; 6 | f, b en p |
| 2; 6 tot 2; 9 | w, j, *l en/of *r, *n |
| 2; 9 tot 3; 0 | d, t |
*deze klanken verschillen vaak van leeftijd. Bijv. soms leert het kindje de /l/ wel
tussen 1; 3 tot 1; 9 jaar en de /n/ pas tussen 2; 6 tot 2; 9 jaar. Ook komen de
klanken niet altijd overeen met de aangegeven leeftijd.
* uitzondering /s/ en /r/. Deze twee klanken hoeft het kind pas met ongeveer zes
jaar goed te kunnen uitspreken.
Een kindje met schisis hoeft zich niet altijd aan dit schema te houden. Het ligt
eraan hoe het kindje zelf ontwikkelt. Het ene kind praat sneller, vlotter dan een
ander kind en/ of het ene kind hoort/ leert een bepaalde klank vaker (sneller) dan
een ander. Als het kindje 2 maanden achterloopt op een bepaalde klank is dit nog
geen probleem.
Als een kind veel klanken niet kan maken of verkeerd vormt zal het kind
waarschijnlijk verwezen worden voor logopedische behandeling. Dan zullen er
specifieke articulatie oefeningen gedaan worden.