Normale anatomie

Op de doorsnede van het hoofd van een volwassene en van een baby (figuur 1) zijn belangrijke verschillen te zien:

  • De ruimte van de keelholte is bij de volwassene veel groter dan bij de baby.
  • Het strotklepje ligt bij de baby veel dichter bij het achterste gedeelte van het gehemelte: het zachte gehemelte.
  • Het strotklepje beschermt de ingang van de luchtpijp als een soort paraplu.

    plaatje7
















Reflexen
De eerste paar maanden reageert een baby via reflexen op zijn omgeving. Als hij honger heeft gaat hij zoeken naar de speen of tepel. Bij een aanraking van zijn wang draait hij zijn hoofd in de richting van de prikkel en tuit zijn mondje. De zuig-en slikreflex horen bij elkaar: Het kind slikt als reactie op de zuigbeweging. Van de zuigreflex maken we gebruik als we de baby zoet willen houden of troosten: we laten hem op onze pink of op een fopspeen zuigen.
De bijtreflex voelt en ziet u als de ritmische 'knabbel' beweging. Hiermee drukt het kind de melk uit de speen of tepel. Deze reflexen houden een kind in leven.
De wurg- of kokhalsreflex dient als bescherming van de luchtwegen: als de voeding toch richting luchtpijp dreigt te gaan zal uw kind gaan hoesten. De wurgreflex en de hoestreflex blijven het hele leven actief; de andere reflexen zijn tot drie a vier maanden duidelijk aanwezig, dan worden ze minder sterk en na acht maanden worden ze geleidelijk vervangen door willekeurige bewegingen.

Mondmoteriek
Op figuur 2 is te zien hoe het strotklepje bij een baby tijdens het drinken het zachte gehemelte afsluit van de neusholte waardoor er een aparte voedselbaan naast een ademhalingsbaan ontstaat.
Bij het slikken wordt de ademhaling kort onderbroken. Uw kind kan tijdens het zuigen normaal doorgaan met ademhalen. Dit mechanisme functioneert de eerste drie à vier levensmaanden en zwakt de volgende vier maanden steeds meer af en wordt dan overgenomen door willekeurige motorische bewegingen.

logo2n1















Als de tong tegen het gehemelte ligt en de lippen voldoende om de speen sluiten, ontstaat er negatieve druk in de mond als de onderkaak naar beneden beweegt bij het zuigen. Dan kan melk uit de speen worden gekregen. Het gehemelte is de belangrijkste structuur voor het drinken.


Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden