Thuismetingen

Metingen bij PLV, Breas, Elisee - beademing

Als een patiënt thuis is dient de instelling van het beademingsapparaat gecontroleerd te worden. Het is belangrijk om te weten hoe het koolzuur- en het zuurstofgehalte in het bloed is. In AVA / het ziekenhuis is dit gemeten door bloed uit een slagader te halen. Thuis kan de capnograaf/pulse-oximeter (monitor) een goed inzicht geven in het koolzuur- en zuurstofgehalte in het bloed.  Hiervoor wordt een capnograaf gecombineerd met een pulse-oxymeter gebruikt. 

De patient ontvangt 2 - 4 weken voor de meting een kaartje waarop de datum voor de meting vermeld staat.  De monitor wordt door medewerkers van het CTB thuis aangesloten in het beademingssysteem. Dit apparaat slaat de gegevens op in het geheugen. De meting vindt meestal gedurende de avond/nacht plaats en is, behoudens licht geruis van het apparaat, niet belastend voor de patient.
Daags na de meting wordt het apparaat weer opgehaald. Aan de hand van de opgeslagen gegevens wordt nagegaan of de instelling van het beademingsapparaat goed is.
De meting wordt door de vaste verpleegkundige beoordeeld.
De maand na de meting vind een huisbezoek plaats waarin de verpleegkundige de meting zal bespreken. Indien de verpleegkundige iets bijzonders aan de meting ziet wat niet kan wachten, neemt deze contact met u op. U hoeft dus zelf niet meer te bellen.
De meting wordt 2 x jaarlijks gedaan en zo nodig vaker bij klachten. Het voordeel van deze meting is dat de patiënt niet hoeft te worden opgenomen.

Metingen bij patienten met een BiPAP apparaat.

Recent is gebleken dat de BCI-meting bij het gebruik van BiPAP-apparaten van het type PB-335 of Synchrony niet betrouwbaar is.

Het kenmerk van BiPAP-apparaten is dat zij zowel tijdens de inademing als tijdens de uitademing lucht inblazen (andere typen beademingsapparaten blazen alleen lucht in tijdens de inademing). Door het inblazen van lucht tijdens de uitademing kan het uitgeademde koolzuurgehalte niet accuraat gemeten worden. Hierdoor is het niet mogelijk om in de thuissituatie een indruk te krijgen van de effectiviteit van de beademing.
Het laatste is van belang om problemen en eventuele achteruitgang van de onderliggende (spier-)ziekte bijtijds op te sporen. Het optreden van klachten blijkt in de praktijk hiervoor geen goede graadmeter!
De BiPAP-apparaten hebben voor een aantal patienten veel voordelen ten opzichte van andere beademingsapparaten (gewicht, geluid, compensatie luchtlekkage en de instellingsmogelijkheden).
Om een indruk te krijgen van de effectiviteit van de beademing met BiPAP zijn wij helaas genoodzaakt om deze patienten eenmaal per 12-24 maanden op te nemen op de afdeling voor ademhalingsondersteuning (AVA) in revalidatiecentrum Groot Klimmendaal te Arnhem.
De patient met BiPAP wordt daar enkele dagen opgenomen. De effectiviteit van de beademing zal in principe gemeten worden met behulp van capillaire bloedgaswaarden (prikje in vingertop of oorlel). Een arterielijn (infuus in pols of elleboog) zal alleen in bijzondere situaties (sterk afwijkende capillaire bloedgas-waarden) aan de orde kunnen zijn.
De frequentie van de BCI-metingen wordt teruggebracht naar 1 keer per jaar om zicht te houden op de zuurstofvoorziening.
Patienten met BiPAP zullen vanaf heden uitgenodigd worden op de AVA in Arnhem om de effectiviteit van de beademing te controleren.
De opnamemogelijkheden in Arnhem zijn beperkt en er is steeds een behoorlijk lange wachtlijst. Uitstel van de opname betekent dat het mogelijk geruime tijd duurt alvorens er weer plek is.
Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden