Door fysiologisch zout (NaCl) in de tracheacanule te druppelen wordt (aanvullende) bevochtiging verkregen.
Door 4 tot 6 maal daags via de tracheacanule 5-10 ml fysiologisch zout te druppelen, verkrijgt men een goede bevochtiging.
Het nadeel van deze vorm van bevochtiging is de arbeidsintensiviteit.
Bij aanwezigheid van taai slijm is het effectief om eerst te druppelen met fysiologisch
zout. Hierna wordt de patiënt met een handbeademingsballon geballoneerd.
Hierdoor wordt het fysiologisch zout goed met het slijm vermengd.
Het slijm wordt dan verdund en is makkelijker weg te zuigen of op te hoesten.
Dit druppelen wordt veelal 3-4 maal daags verricht, waarbij 5 tot 10 ml NaCl 0,9% wordt gebruikt.