Wat is uitzuigen?
Uitzuigen wordt verricht als iemand niet over het vermogen beschikt om slijm/sputum zelfstandig op te hoesten.
Sputum wat niet opgehoest kan worden, kan benauwdheid en luchtweginfecties veroorzaken.
Niet uitzuigen op het moment dat het nodig is, kan dus ernstige complicaties tot gevolg hebben.
Hoe diep moet er worden uitgezogen?
In de praktijk blijkt dat de patiënt zijn/haar eigen voorkeur heeft voor de manier van uitzuigen.
De ervaring heeft hem/haar geleerd wat het meest effectief is.
1. `Diep` uitzuigen. Hierbij moet de zuigkatheter niet zuigend worden ingebracht.
2. Alleen de canule wordt uitgezogen. De katheter kan dan zuigend worden ingebracht.
Let wel: soms moet niet te snel tot `ondiep` uitzuigen worden besloten.
Sommige patiënten ervaren uitzuigen als zeer onplezierig. Zij laten zich dan niet voldoende diep uitzuigen.
Daardoor kan een hardnekkige luchtweginfectie ontstaan.
Met wat voor een kracht moet er worden uitgezogen?
De zuigkracht is in de regel tussen de 40 en 60 cm waterdruk ingesteld. In principe is dit voldoende. Er zijn echter patiënten die het prettig vinden als de volledige zuigkracht wordt aangewend.
Wat zijn de belangrijkste regels bij het uitzuigen?
1. Goede hygiëne: vooraf handen wassen.
2. Zuigkatheter rustig inbrengen.
3. Voorkom vastzuigen tegen de luchtpijpwand door de zuigkatheter niet zuigend in te voeren.
Wat zijn de belangrijkste complicaties?
1. Bloedbijmenging
Het kan voorkomen dat er bloed vermengd zit bij het uitgezogen slijm.
Meestal is dit een incident: bij een volgende keer uitzuigen is er geen bloedbijmenging.
Mogelijke oorzaken:
• Vastzuigen van de zuigkatheter tegen het slijmvlies van de luchtpijp waardoor een beschadiging is ontstaan.
• Te snel inbrengen van de zuigkatheter waardoor het slijmvlies van de luchtpijp beschadigd is geraakt.
• Hoesten, waardoor de canule het slijmvlies van de luchtpijp heeft beschadigd.
• De canule heeft in de luchtpijpwand ‘geprikt’ door beweging.
• Luchtweginfectie.
Wat te doen?
• Opletten dat de zuigkatheter niet meer vastzuigt.
• Zuigkatheter altijd langzaam opvoeren.
• Indien bloedbijmenging aanhoudt: contact opnemen met het CTB.
• Contact opnemen met de huisarts bij:
- koorts
- verandering van kleur van het sputum
- verandering van consistentie van het slijm
Deze verschijnselen kunnen wijzen op een luchtweginfectie.
2. Weerstand bij opvoeren van de zuigkatheter
Tijdens inbrengen van de zuigkatheter wordt weerstand gevoeld.
Mogelijke oorzaken:
• De canule ligt te veel tegen de wand van de luchtpijp aan.
Daardoor ‘hokt’ de zuigkatheter bij het de verlaten van canule tegen de luchtpijpwand.
Wat te doen?:
• Contact opnemen met het CTB
3. De canule dreigt verstopt te raken.
Wat te doen?:
• Binnencanule verwijderen.
• Buitencanule uitzuigen.
• Reserve binnencanule plaatsen.
• Patiënt aansluiten op zijn beademing en binnencanule inspecteren op verontreiniging.
• Indien geen binnencanule: canule verwijderen en vervangen.
Na verwijdering kan desgewenst rechtstreeks via het stoma worden uitgezogen.
4. Vertraging van de pols
Bij een klein aantal patiënten kan tijdens het uitzuigen een bradycardie optreden.
Bradycardie is een vertraging van de polsfrequentie lager dan 60/min.
Indien een patiënt in een ziekenhuis op chronische invasieve beademing is ingesteld, heeft men dit fenomeen al ontdekt.
De oorzaak hiervan is een prikkeling van de nervus vagus, één der hersenzenuwen. Deze zenuw bedient zowel de luchtwegen als het hart.
De prikkeling van de luchtwegen activeert een reflex, dat een trage hartfrequentie tot gevolg kan hebben. Hetzelfde fenomeen ziet men soms, in meer of mindere mate, ook optreden bij mensen die braken en ‘wit’ wegtrekken. De kans op deze complicatie is zeer gering.
Wat te doen?:
• Mocht de patiënt tijdens het uitzuigen ‘wit’ wegtrekken of plotseling transpireren, voel en tel dan de pols
• Het is dan goed om de patiënt een zoveel mogelijk horizontale lichaamshouding te laten aannemen.