Airstacken

Airstacken of luchtstapelen is een longvolumerecruterende techniek.
Het kan worden gebruikt bij patiënten met een verminderde of afwezige ademreserve.
Met deze techniek leren zij hun luchtwegen open te houden en krachtiger te hoesten.
Ook chronisch beademde patiënten hebben baat bij deze techniek.

Het doel hiervan is:
- het goed ontplooien van de longen,
- het doorgankelijk houden van de luchtwegen,
- het uitrekken van de ademhalingsspieren,
- het soepel houden van de borstkas en
- het krachtiger kunnen hoesten.

Met behulp van een handbeademingsballon of een beademingsmachine wordt lucht in de longen geblazen tot de grootst mogelijke longinhoud wordt bereikt.
Hierdoor worden de longen optimaal ontplooid.

Bij airstacken met een handbeademingsballon neemt de patiënt een diepe zucht. Hierna wordt er via een mondstuk of een mond- neusmasker extra lucht ingeblazen. De extra lucht kan in één keer ingeblazen worden of met een aantal kleine teugen. De patiënt moet tussen twee teugen de adem inhouden.

Airstacken met een beademingsmachine vereist aparte uitleg en training. Zeker als de patiënt invasief (via een tracheacanule) wordt beademd.

Het airstacken dient regelmatig te worden herhaald. Het advies is minstens drie keer per dag met vijf maximale insufflaties per keer.
De verwachting en ervaring is dat de hoeveelheid lucht ,die extra ingeblazen kan worden, toe kan nemen.

Belangrijk is dat
- tijdens het inblazen via een mondstuk de lippen goed om het mondstuk worden gesloten en
- de adem tussen de insufflaties wordt ingehouden.

Indien het niet mogelijk is de lippen te sluiten kan een mond- neusmasker worden gebruikt.
Bij een stugge borstkas en als men de adem niet kan inhouden, lukt deze techniek niet goed.

Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden