Voortraject

Om een goede keuze voor thuisbeademing te maken, is het belangrijk dat de patiënt goed geïnformeerd is. Voor buitenstaanders lijkt de keuze gemakkelijk: leven of niet leven. De keuze is in de praktijk echter niet zo eenvoudig. De patiënt moet zich kunnen voorbereiden en nadenken over zijn of haar leven en de toekomst.

Het Centrum voor Thuisbeademing of de patiëntenvereniging(en) geven zowel mondeling als schriftelijk informatie. Vaak zijn patiënten die al van ademhalingsondersteuning gebruik maken bereid om hun verhaal te vertellen aan nieuwe patiënten.

Van een grote groep patiënten met een spierziekte is bekend dat er een periode komt waarbij de ademhaling onvoldoende wordt door het progressieve verloop van de ziekte. Hierdoor kan de patiënt zich lang van tevoren voorbereiden op de keuze voor ademhalingsondersteuning. Tijdens het eerste poliklinische bezoek bij het Centrum voor Thuisbeademing vindt een informatief gesprek plaats met een in (thuis)beademing gespecialiseerde arts. Tijdens dit gesprek wordt informatie gegeven over symptomen en klachten die op onvoldoende ademhaling kunnen wijzen. Daarnaast wordt voorlichting gegeven over vormen van ademhalingsondersteuning. Ook wordt lichamelijk onderzoek verricht. Aansluitend wordt het te volgen traject besproken wanneer voor thuisbeademing gekozen wordt. Longfunctie onderzoek wordt gedaan om inzicht te krijgen in de werking van de ademhaling. Het onderzoek bestaat uit één of meer van de volgende onderdelen.

Spirometrie

Het meten van de longinhoud met ademhalingstesten Tijdens deze test ademt de patiënt via een mondstuk op verschillende manieren in en uit: normaal ademen en zo krachtig mogelijk in of uitademen. De longinhoud wordt gemeten door een op het mondstuk aangesloten apparaat.

Ventilatie-onderzoek

Ook bij deze test ademt de patiënt via een mondstuk. Er wordt berekend hoeveel lucht er door de longen daadwerkelijk gebruikt wordt om zuurstof op te nemen en koolzuur uit te scheiden. Een capnograaf (koolzuurmeter) meet het koolzuurgehalte in de uitademingslucht.

Bloedgasanalyse


Met een prik in de oorlel wordt wat bloed afgenomen voor analyse van het zuurstof- en koolzuurgehalte in het bloed. Soms wordt bloed uit een slagader in de pols genomen.

Bodyplethysmografie


Tijdens dit onderzoek wordt de patiënt, als zijn of haar fysieke conditie dat toestaat, in een van de buitenlucht afgesloten cabine geplaatst. Er vinden metingen plaats die de ademhaling in zijn "totaal" in beeld brengen.

De uitslag van deze metingen wordt door de arts aan het eind van het onderzoek met de patiënt besproken. Afhankelijk van de bevindingen wordt een behandelplan gemaakt of een wordt nieuwe afspraak gemaakt om deze onderzoeken te herhalen.
 

Als uit het poliklinisch onderzoek blijkt dat de longfunctie onvoldoende is, wordt de patiënt opgenomen.
Dit gebeurt ook als de patiënt klachten heeft die kunnen wijzen op onvoldoende ademhaling tijdens de slaap.

Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, All rights reserved