2010 Nummer 1

UMC Utrecht streeft naar emancipatie in geestelijke verzorging

Patiënten hoeven in eerste instantie niet door een geestelijk verzorger van hun eigen stroming bijgestaan te worden. Dat vindt Ari van Buuren, tot 1 december hoofd van de Dienst voor Levensoriëntatie & Geestelijke Verzorging van het UMC Utrecht. Hij stelt dit in het januarinummer van relatiemagazine Uniek.

In het UMC Utrecht krijgen patiënten geestelijke hulp aangeboden door vertegenwoordigers van verschillende religieuze en spirituele stromingen: katholicisme, islam, protestantisme, hindoeïsme en humanisme. Deze verzorgers hebben allemaal een aantal afdelingen in hun pakket. Patiënten krijgen daardoor niet per definitie steun van iemand van hun eigen stroming, maar van de verzorger die hun afdeling beheert. “Wij streven naar emancipatie op dit gebied”, stelt Van Buuren. “Pas als patiënten aangeven liever hulp te krijgen van een geestelijk verzorger die hun stroming vertegenwoordigt, regelen we dat.”

Van Buuren legt uit waarom het UMC Utrecht dit beleid hanteert. “Ik spreek liever van interculturele geestelijke verzorging dan van multiculturele geestelijke verzorging. ‘Intercultureel’ betekent een keuze om met elkaar in dialoog te gaan, van elkaar te leren, elkaar te respecteren. Vanuit dat inzicht kan bijvoorbeeld een protestantse patiënt ook prima door een moslim geestelijk verzorger worden bijgestaan. In het Wilhelmina Kinderziekenhuis, onderdeel van het UMC Utrecht, heeft de moslima geestelijk verzorger de taak van onze protestantse collega deels overgenomen. Veel mensen hebben daar geen probleem mee. Hoewel het voor zowel de patiënten als de moslima verzorger vaak wel even wennen is.”

Verder in Uniek
Mannen en vrouwen worden niet gelijk behandeld in het ziekenhuis. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een onderzoek naar bijna negenduizend patiënten met hartfalen. Artsen maken bij vrouwen met hartfalen minder vaak een echo van het hart.

Toploper Kamiel Maase vertelt over zijn bijzondere genetisch defect waardoor hij eigenlijk geen zware inspanning zou kunnen leveren. “Een paar jaar geleden vroeg ik me nog wel eens af: had ik zónder dat gendefect een paar seconden sneller kunnen lopen?”
Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden