Diabetes in de SMART studie
In de zomer van 2006 is binnen SMART een nieuw project gestart: ‘Diabetes in de SMARTstudie’. Met dit project willen wij het ontstaan van diabetes mellitus, oftewel suikerziekte, bij deelnemers van de SMART studie beter bestuderen.
Suikerziekte komt wereldwijd en veel voor onder de Nederlandse bevolking. Daarnaast zien wij dat het steeds vaker voorkomt en op jongere leeftijd. Er zijn op dit moment ruim 600.000 mensen in Nederland die weten dat zij diabetes hebben. Daarnaast wordt geschat dat ongeveer 250.000 mensen diabetes hebben zonder dat zij dat weten. In totaal zijn er dus ongeveer 850.000 mensen met diabetes in Nederland, oftewel 1 persoon per 19 Nederlanders. De verwachting is dat over 20 jaar ruim 30% meer mensen diabetes zullen hebben, dus ruim 1,1 miljoen mensen. Factoren die waarschijnlijk een rol spelen bij de toename van het aantal mensen met diabetes zijn een toename van het aantal mensen met overgewicht en een afname van de lichaamsbeweging die mensen hebben. De precieze oorzaken zijn nog niet bekend.
Als wij het ontstaan van diabetes beter leren begrijpen kunnen wij betere maatregelen nemen om het ontstaan van de ziekte uit te stellen of zelfs te voorkomen.
In de SMART studie en in vele andere wereldwijde studies is aangetoond dat veel patiënten die hart- en vaatziekten hebben, ook diabetes hebben of later krijgen. Diabetes gaat vaak samen met een aantal andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals overgewicht, een hoge bloeddruk of een hoog cholesterol, die samen het ‘metabool syndroom’ worden genoemd. Daarnaast is het ook zo dat bij mensen met hart- en vaatziekten of het metabool syndroom vaker diabetes ontstaat.
Echter, niet alle mensen met hart- en vaatziekten hebben diabetes of het metabool syndroom, en niet iedereen met het metabool syndroom krijgt diabetes of last van hart- en vaatziekten. Door middel van een extra onderzoek in de SMART studie willen wij proberen te verklaren waarom sommige mensen wel diabetes krijgen en anderen niet. Kortom: wat bepaalt de ontwikkeling van diabetes?
Omdat in de SMART studie veel mensen met hart- en vaatziekten, risicofactoren voor hart- en vaatziekten en/of het metabool syndroom zijn opgenomen, en omdat wij van deze groep al zeer veel informatie hebben en ieder half jaar erbij krijgen, is een onderzoek naar het ontstaan van diabetes in deze groep mensen extra waardevol.
Via een extra vragenlijst en extra onderzoek van het bloed van de SMARTdeelnemers dat bewaard is willen wij het ontstaan van diabetes beter proberen te verklaren.
Als wij dit weten kunnen wij in de toekomst beter proberen diabetes (en alle gevolgen) te voorkomen, door eerder advies te geven over leefstijl- en dieetaanpassingen of door eerder medicijnen voor te schrijven of door andere medicijnen voor te schrijven.
Van juni tot december 2006 hebben alle patiënten binnen de SMART studie twee extra vragen bij de halfjaarlijkse vragenlijst gekregen: ‘Heeft u op dit moment diabetes?’en ‘Wordt u op dit moment behandeld voor diabetes?’ Indien daarop bevestigend werd geantwoord is een tweede, langere vragenlijst toegezonden. Zo wordt in kaart gebracht wie diabetes heeft gekregen. Door middel van extra onderzoek van de gegevens van deze personen hopen wij beter te begrijpen waarom zij wel en andere deelnemers binnen SMART geen diabetes hebben gekregen.
Vanaf december 2006 wordt ieder halfjaar bij iedere SMART deelnemer naar nieuw ontstane diabetes in dat afgelopen halfjaar gevraagd.
Mocht u nog vragen hebben naar aanleiding van deze tekst, neemt u dan gerust contact op met de onderzoeker van SMART. Dat kan via deze website met een email of via de telefoon op 088-755 9396.