VIDI SMART-Medea

Op 1 januari 2006 is er een extra onderzoek gestart binnen het SMART onderzoek, het SMART-Medea onderzoek. De projectleider van dit onderzoek is Dr. Mirjam Geerlings, werkzaam als epidemioloog bij het Julius Centrum van het UMC Utrecht. Arnoud Knoops werd op 1 januari 2006 als arts-onderzoeker aangesteld op dit project.

De centrale vraag die wij willen beantwoorden is of er een relatie is tussen langdurige stress, depressieve klachten, en het cognitief functioneren. Mensen die veel stress hebben of veel depressieve klachten, hebben vaak ook problemen met hun concentratie en geheugen. Tevens is gebleken dat ouderen met ernstige geheugenstoornissen, zoals bij dementie, relatief vaak depressief zijn. Het is echter onduidelijk wat de oorzaak is van dit frequent samengaan van deze problemen. Een van de verklaringen kan zijn dat ouderen bij wie het geheugen achteruitgaat hierdoor somber worden, omdat ze merken dat ze niet meer alles kunnen doen zoals ze gewend waren. Een andere verklaring kan zijn dat bij langdurige stress er bepaalde gebieden in de hersenen die gevoelig zijn voor stress, worden aangetast.

Het onderzoek zal worden uitgevoerd binnen SMART-SMS. Alle patienten die eerder aan SMART hebben deelgenomen en opnieuw worden uitgenodigd, zullen een vragenlijst opgestuurd krijgen en een aantal wattenrolletjes om speeksel te verzamelen. In het speeksel kunnen wij meten hoeveel stresshormonen iemand uitscheidt. In de vragenlijst wordt gevraagd naar mogelijke stressfactoren, zoals het verliezen van een dierbare of het ontbreken van sociale steun, en het hebben van depressieve klachten. Tijdens het bezoek aan het UMC Utrecht zal hier dieper op worden ingegaan tijdens een interview met de onderzoeksverpleegkundige of arts-onderzoeker. Tevens zullen er testen worden afgenomen, waarmee aandacht, concentratie, geheugen, taal en ruimtelijk inzicht worden gemeten. Tenslotte wordt er een MRI van de hersenen gemaakt.

Veel ouderen hebben klachten over hun geheugen, en veel ouderen hebben ook depressieve klachten, met name als ze ook een chronische lichamelijke ziekte hebben. Het is dus belangrijk om meer inzicht te krijgen in de relatie tussen langdurige stress, depressieve klachten, en het cognitief functioneren, opdat de zorg en behandeling van patienten hier zo goed mogelijk op kan worden afgestemd.
Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden