Promovendus: Beate Brouwer
Promotie-datum: 15 mei 2007
Promotores: Prof.dr. Y. van der Graaf, klinisch epidemioloog
Co-promotor: Prof.dr. F.L.J. Visseren, internist
Afdeling: Julius Centrum, Universiteit Utrecht
Het proefschrift gaat onder andere over de BEST, Behandelovereenkomst Eerste lijn in Samenwerking met Tweede lijn studie. Dit is een onderdeel binnen de SMART studie. Het doel van deze studie is of het aangaan van een behandelovereenkomst tussen huisarts en specialist leidt tot verbetering van het risicoprofiel van patiënten met manifest vaatlijden.
Patiënten met manifest vaatlijden en 2 behandelbare risicofactoren voor hart- en vaatziekten kunnen in aanmerking komen voor de BEST studie. Tijdens het multidisciplinair therapieadvies overleg (SMART) worden de patiënten geselecteerd voor de studie.
Als eerste wordt de huisarts van de patiënt benaderd voor de BEST studie. De patiënt wordt pas voor de studie benaderd nadat de huisarts hiervoor toestemming heeft gegeven. De huisartsen worden naar twee groepen gerandomiseerd (ingedeeld), de interventiegroep en de controlegroep. In de interventiegroep krijgt de huisarts het therapieadvies en een behandelovereenkomst toegestuurd waarop de huisarts kan aangeven met welke risicofactoren hij/zij samen met de patiënt aan de slag wil gaan om bij die risicofactoren het doel van de behandeling te behalen. Dit kunnen alle risicofactoren zijn, een gedeelte of niets. In het UMC Utrecht gaat vervolgens een verpleegkundige specialist, een nurse-practitioner (onder supervisie van de arts), met de patiënt aan het werk met het gedeelte dat de huisarts niet op zich neemt.
De controlegroep krijgt alleen het therapieadvies toegestuurd, zoals dit normaliter in SMART gebeurt. De patiënt wordt volgens de richtlijnen (‘de gebruikelijke manier’) behandeld door de huisarts. Na een jaar komt de patiënt terug in het UMC Utrecht. Er vinden dan een aantal eenvoudige onderzoeken plaats: de bloeddruk wordt gemeten, het gewicht genoteerd, heup- en middelomvang worden gemeten en er wordt bloed en urine voor onderzoek afgenomen. Tevens vragen wij of de patiënt tevreden is over de geboden zorg en of de kwaliteit van het leven van de patiënt is verbeterd.
Het uiteindelijke doel van de BEST studie is te onderzoeken of een behandelovereenkomst tussen huisarts en specialist leidt tot een verbetering in behandeling van de risicofactoren en of patiënten beter geïnformeerd worden over de risicofactoren voor hart- en vaatziekten.