Meting
In het SMART-protocol wordt de body mass index (BMI) berekend uit het gewicht in kg (gemeten tot op de kg nauwkeurig) en de lengte in m, gemeten tot op de cm nauwkeurig.
BMI = gewicht (kg) / lengte (m)2. De BMI, gewicht en lengte worden op het therapieadviesformulier vermeld.
De heup-taille ratio wordt ook gemeten (tijdens het bezoek aan de echo-afdeling) en in het therapieadvies formulier verwerkt. De metingen gebeuren met een centimeter en worden op een halve centimeter nauwkeurig afgelezen. Elke meting wordt 2 keer gedaan. Indien er tussen 2 metingen meer dan 2 cm verschil zit, wordt nogmaals gemeten. De metingen worden gedaan met ontbloot lichaam of lichte kleding. Van de twee waarden per meting wordt het gemiddelde uitgerekend en de heup-taille-ratio berekend. De taille wordt gemeten halverwege tussen de onderste rib en de crista iliaca (bekkenkam). De heupomtrek wordt gemeten rond de maximale omtrek rond de billen.
Definitie
Classificatie risico op co-morbiditeit
Body mass index (maat voor vetstapeling kwantitatief)
BMI 25-30: overgewicht weinig verhoogd
BMI 30-35: obesitas matig verhoogd
BMI 35-40: ernstige obesitas ernstig verhoogd
BMI >40: morbide obesitas. zeer ernstig verhoogd
Taille-omtrek (maat voor vetstapeling kwalitatief)
Vrouwen: >80cm matig verhoogd
mannen: >94 cm: matig verhoogd
Vrouwen: >88 cm ernstig verhoogd
mannen: >102 cm ernstig verhoogd
De essentie is het verkrijgen van een negatieve energiebalans. Doel is niet zozeer normalisatie van het gewicht (op korte termijn wel te bereiken maar op lange termijn vrijwel nooit te handhaven), maar een blijvende gewichtsreductie van 10-15% van het originele gewicht (hiervan is een positief effect op gezondheidsrisico's aangetoond (glucosestofwisseling, lipiden, bloeddruk).