Microproteïnurie

Meting
Een urinemonster (midstroom van de eerste ochtendurine) wordt verkregen van de SMART-patient. Hierin wordt creatinine gemeten met behulp van een commerciële ‘enzymatic dry chemistry kit’ (Johnson en Johnson). Microalbuminurie wordt bepaald met immunoturbidimetric assays (Boehringer-Mannheim). Microproteinurie wordt berekend als ratio van albumine en creatinine (mg albumine / mmol creatinine).


Definitie
  • Normaal
< 3,0 mg/mmol creatinine (gemiddeld) overeenkomend met
< 20 mg/min
< 30 mg/24 uur
< 20 mg/l
< 2,5 mg/mmol creatinine (mannen)
< 3,5 mg/mmol creatinine (vrouwen

  • Microproteinurie
eiwit concentratie in urine (ten minste 2 x gemeten)
3,0 – 30 mg / mmol creatinine (mannen en vrouwen) overeenkomend met
30-300 mg/L
20-200 mg/24 uur
20-200 mg/l (eerste ochtend portie)
Macroproteïnurie
eiwit concentratie in urine > 300 mg/L


Therapieadvies

  • Wanneer er ook sprake is van hypertensie
  • Hypertensieve nefropathie, optimale bloeddruk behandeling nastreven
  • Wanneer er ook sprake is van diabetes:
  • Bij mogelijke diabetische nefropathie onderzoek herhalen. Is er sprake van retinopathie? Indien de diagnose bevestigd wordt intensieve bloeddrukverlaging nastreven. (gaat bijna altijd gepaard met hypertensie)
  • Overige gevallen: bij microproteïnurie, vooralsnog geen actie ondernemen. Het is wel een marker voor verhoogd cardiovasculair risico
  • Bij microproteïnurie > 100 mg/dag met normotensie: ACE remmer voorschrijven
Beperkingen.

Bij diabetes is aanzienlijke variatie mogelijk van dag tot dag en binnen een dag. Daarom zijn meer dan 2 bepalingen nodig om blijvende microalbuminuria te bevestigen.

Literatuur
  • The EUCLID study group. Randomised placebo-controlled trial of lisinopril in normotensive patients with insulin-dependent diabetes and normoalbuminuria or microalbuminuria. Lancet 1997;349:1787-1792.
  • Nederlandse Diabetes Federatie / CBO. Richtlijnen NDF/CBO Diabetische retinopathie, diabetische nefropathie, diabetische voet, hart- en vaatziekten bij diabetes mellitus. Utrecht, CBO, 1998.
Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden