Vorige week verwelkomde de SMART studie de tienduizendste patiënt. Na het invullen van een uitgebreide vragenlijst en een ochtend vol onderzoeken kreeg de patiënt een bosje bloemen én haar persoonlijk risicoprofiel. Daarin staat hoe het met haar hart- en bloedvaten is gesteld, welke risico’s zij loopt en wat zij kan doen om die risico’s te verminderen.

De SMART (Second Manifestations of ARTerial diseases) studie startte in 1996. Patiënten die in het UMC Utrecht kwamen met een vaatafwijking of een hoog risico op hart- en vaatziekten werden preventief gescreend op vaatziekten elders in het lichaam om zo de kans op vaatproblemen te verminderen.
“Het screenen van patiënten bleek zinvol en zorgverzekeraars gingen de screening vergoeden”, zegt Harry Pijl, manager Vasculair Preventie Programma. Het programma omvat nu een zorgdeel en een wetenschappelijk deel. Het zorgdeel bestaat uit de vasculaire screening en het opstellen van een multidisciplinair behandeladvies. Het wetenschappelijke deel (de SMART studie) bestaat uit aanvullende onderzoeken en moet antwoord geven op de vraag wat de ultieme voorspellers zijn van vaatproblemen, welke factoren progressie van vaatziekte voorspellen en hoe het risicoprofiel het gunstigst beïnvloed kan worden.
Iedere patiënt die deelneemt aan de studie vult twee keer per jaar een korte vragenlijst in. Geeft de patiënt aan dat hij in de afgelopen periode een vaatincident heeft gehad, dan worden die gegevens opgevraagd en in een dossier vastgelegd. Drie onafhankelijke artsen beoordelen aan de hand van die informatie of er inderdaad sprake was van een nieuw vaatprobleem.
In 2008 startte SMART-2. “We benaderen patiënten om mee te werken aan een tweede screening. Enerzijds om te onderzoeken hoe het risicoprofiel van de patiënt op dit moment is en anderzijds om te bekijken of de eerste screening mogelijke vaatproblemen heeft verminderd of de risicofactoren heeft verlaagd”, vertelt Pijl. Met tienduizend patiënten is de SMART studie een van de grootste cohortstudies van Nederland. Pijl: “Door de SMART studie hebben wij een schat aan gegevens. Van alle patiënten die meedoen aan het onderzoek hebben wij bloed en urine opgeslagen. Daarnaast hebben wij de gegevens uit de uitgebreide vragenlijsten en uit de halfjaarlijkse vragenlijsten. Met deze gegevens wordt wetenschappelijk onderzoek verricht. Dat onderzoek leverde al twintig proefschriften en meer dan honderd wetenschappelijke artikelen op. Maar belangrijker nog: het levert ook evidence based behandeladviezen op waar alle patiënten met vaatproblemen van profiteren.” (MvV)