Onthaast een kwartiertje en help je collega
Iedere ochtend geven donoren bloed voor de Mini Donor Dienst
bij U-Diagnostics in het Militair Hospital. Daar is een minibloedbank ingericht.
Achter een gordijn lig je heerlijk rustig op een comfortabele ligstoel. “In een
kwartier tijd nemen ze maximaal honderd milliliter bloed af. De volle buisjes
halen we op en even later doen aanvragers er al onderzoeksexperimenten mee”,
vertelt Sandra Verhoef. Zij is een van de drie coördinatoren van de donordienst.
Iedere dag ligt de grote vierkante houten bak van de Mini
Donor Dienst vol aanvraagformulieren. Dan begint de zoektocht naar maximaal zes
donoren. “Bloed geven is een goed begin van de dag. Je onthaast een kwartiertje
en helpt er een collega mee. Toch valt het niet altijd mee om zes donoren voor
de volgende dag te vinden. Soms zijn we daar echt een hele dag voor aan het
bellen.”
Sandra gebruikt zelf regelmatig donorbloed. Ze werkt als
analist op het laboratorium van klinische chemie en hematologie. “Daar doen we veel
onderzoek naar stollingsfactoren. Zelf probeer ik te ontdekken hoe we trombocytenconcentraten
langer kunnen bewaren. Nu doen we dat bij kamertemperatuur. Om te onderzoeken of
dat anders kan, zetten we bijvoorbeeld donorbloed in de koelkast. Dan kijken we
wat er gebeurt. En proberen we uit te vinden welke processen er plaatsvinden,
met het doel die te stoppen zodat we het bloed langer kunnen gebruiken. Jammer
genoeg heb ik dit proces nog niet gekraakt.”
Ruim honderdzestig researchers van 25 afdelingen in het UMC
Utrecht gebruiken regelmatig donorbloed. Bijvoorbeeld als referentiebloed om
normaalwaarden te bepalen. Ook is het gezonde bloed een belangrijke
informatiebron bij onderzoek naar astma, allergieën of reuma. Zonder vers bloed
kunnen veel onderzoekers hun werk niet doen. “Daarom is het belangrijk dat
donoren ook komen opdagen. Soms staan mensen in de file of vergeten het en komen
daardoor niet op tijd. Dan proberen we snel een andere donor op te roepen. Soms
lukt dat niet meer. Dan probeer ik toch aan genoeg bloed te komen. Desnoods ga
ik zelf. Of ik strik een van mijn collega’s. Bij ons op het lab zijn we
allemaal regelmatig de klos. We geven wel vaker dan vier keer per jaar. Maar
ja, we gebruiken het zelf ook veel dus we weten hoe hard het nodig is. En honderd
milliliter is niet zo veel, dat maakt je lichaam dezelfde dag alweer aan.”
Voor verwerken van het bloed gelden strenge
veiligheidseisen. Dat is vooral belangrijk omdat Virologie pas de middag na
afname weet of het bloed besmet is met Hepatitis A, B of HIV. Dan is het bloed
vaak al voor een deel verwerkt. “Als de uitslag positief is, vernietigen we het
restant altijd direct. Vervolgens controleren we of de uitslag klopt. Die test is
nauwkeuriger maar duurt langer. Vaak blijkt de uitslag dan alsnog negatief. Toch
houden we vast aan die voorzorgsmaatregelen. We hebben liever een veilige
werksituatie dan dat we doorwerken met bloed dat besmet kan zijn.”
Iedereen kan bloed geven: artsen, verpleegkundigen,
secretaresses. Het bloed wordt anoniem verwerkt. Onderzoekers zien niet van wie
het bloed is dat ze krijgen. Veel mensen werken parttime of in diensten. Die
zijn niet altijd de volgende ochtend in huis. “Daarom is het fijn als de groep
donoren zo groot mogelijk is. Iedere nieuwe donor is van harte welkom.”