Abraham Albert Hijmans van den Bergh (1869-1943) werd in 1911 hoogleraar inwendige geneeskunde in Groningen. In 1918 werd hij hoogleraar in Utrecht. Hij bouwde een bijzonder groot wetenschappelijk oeuvre op en was één van de eerste die het belang van de biochemie voor geneeskunde inzag.
Hijmans van den Bergh was een didactisch zeer begaafd docent. Zijn betogen werden gekenmerkt door bedachtzaamheid, helderheid en eenvoud. Ook zijn voordrachten tijdens artsencursussen werden zeer gewaardeerd en druk bezocht. Zijn belangrijkste duurzame bijdrage aan het onderwijs leverde hij pas nadat hij, in 1938, om gezondheidsredenen zijn functie als hoogleraar moest opgeven: het Leerboek der Inwendige Geneeskunde (Amsterdam, 1940-1941. 2 dl.), geschreven in samenwerking met C.D. de Langen en I. Snapper. Dit leerboek zou nog lang na de Tweede Wereldoorlog, in tal van edities, de opleiding van internisten meebepalen.
Bron:
Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en artikel dr. Eugène j.f.m. Custers over A.A. Hijmans van den Bergh,
Denkramen, Het A.A Hijmans van den Berghgebouw (nov 2005).