Fertiliteitsonderzoek

Invloed van chromosoomdelingen op de leeftijdsafhankelijke fertiliteit bij de vrouw

Ovariële veroudering oorzaak verhoogde kans op kinderen met afwijking of onvruchtbaarheid.

"Oudere" vrouwen krijgen veel vaker een miskraam dan jongere vrouwen. Vaak is de oorzaak hiervan een chromosoomafwijking bij de vrucht. De meeste chromosoomafwijkingen bij de vrucht resulteren in een miskraam of een doodgeboorte wat later in de zwangerschap, omdat de chromosoomafwijking gepaard gaat met aangeboren afwijkingen die niet met het leven verenigbaar zijn. Sommige chromosoomafwijkingen kunnen echter leiden tot de geboorte van een levend kind met aangeboren afwijkingen of een verstandelijk handicap. Een voorbeeld hiervan is het Down syndroom dat wordt veroorzaakt door een chromosoom 21 teveel.

Chromosoomafwijkingen


Het vaker voorkomen van chromosoomafwijkingen bij oudere vrouwen zou te verklaren kunnen zijn door de afnemende kwaliteit van de eicel naarmate die eicel ouder wordt. Eicellen worden al vroeg in de ontwikkeling van het vrouwelijk embryo gevormd. De rijping begint al na enkele weken en stopt wanneer de vrouwelijk vrucht 7 maanden ver in de zwangerschap is. De ontwikkeling van die eicellen stopt dan namelijk halverwege de eerste reductiedeling. Dit is een deling die de hoeveelheid chromosomen in de eicel van 46 (23 chromosoomparen) naar 23 enkelvoudige chromosomen terugbrengt. Deze reductiedeling begint met een proces waarbij al de chromosomen (23 paren) in het midden van de cel komen liggen. Ieder chromosoom zoekt zijn gelijke op (chromosoom 1 bij de andere chromosoom 1, de 2 bij de 2 enz.) en samen aan elkaar verbonden gaan ze in het midden liggen. Dit gedeelte van de meiotische deling vindt plaats in de periode dat de vrouw zelf nog een foetus is, in het laatste deel van de zwangerschap. Deze nog onrijpe eicellen blijven dan vanaf dat moment halverwege deze deling hangen totdat de eicel een teken krijgt om verder te rijpen en er een eisprong volgt. Stel een vrouw is inmiddels 35 jaar. Als een van haar eicellen op dat moment ovuleert (eisprong) heeft die eicel 35 jaar in een soort "bevroren toestand" gezeten en moet dan binnen letterlijk enkele minuten de deling afmaken om zich tot een rijpe eicel te ontwikkelen. Er ontstaan trekdraden die de twee chromosomen van een paar uit elkaar trekken. Er worden nu twee cellen gevormd met ieder de helft van het aantal chromosomen. Dit wordt een reductiedeling genoemd en die is nodig omdat er anders na bevruchting van de eicel met een zaadcel te veel chromosomen zouden zijn.

Delingen


Nu is gebleken dat er tussen trekdraden van een jonge eicel en die van een ouder eicel duidelijke verschillen te zien zijn. De trekdraden van een jonge eicel zijn mooi regelmatig en zitten goed aan ieder chromosomenpaar vast. Die van de oude eicellen daarentegen zijn veel minder regelmatig en grijpen niet overal netjes de chromosoomparen aan. Wanneer de deling dan volgt zullen er in de twee cellen die gevormd worden niet de bedoelde 23 chromosomen zitten maar bijvoorbeeld 24 of 22. Wanneer zo’n eicel bij de bevruchting versmelt met een spermacel die 23 chromosomen bevat heb je in het embryo dat wordt gevormd een chromosoom te veel of te weinig. In de meeste gevallen resulteert dat in een spontane abortus.


Doel onderzoek


Het doel van het onderzoek is om verder onderzoek te gaan doen naar de trekdraden in een eicel. Met verschillende kleuringen kan bekeken worden hoe de trekdraden uit de verschillende eiwitten zijn opgebouwd. Zo hopen we meer te weten te komen over deze trekdraden, hoe en waarom deze trekdraden veranderen of verouderen. Ook wordt bekeken welke erfelijke factoren daarbij een rol spelen. Er zijn namelijk aanwijzingen voor vrij grote verschillen in de mate waarin de vruchtbaarheid van vrouwen met de leeftijd afneemt of de eicellen verouderen aangezien sommige vrouwen na de veertig nog gezonde kinderen krijgen en anderen op veel jongere leeftijd al niet meer. Ook kunnen omgevingsfactoren natuurlijk niet uitgesloten worden. Hopelijk zal dit onderzoek ons meer inzicht geven in het hoe en waarom van enkele processen die een rol spelen bij vruchtbaarheid.

Onderzoeksproject: Drs. E.van Binsbergen, Prof. P. Pearson, Prof. E. te Velde, Dr. R. Dorland, Dr. D. Gutknecht.

Email: E.vanBinsbergen@umcutrecht.nl
Disclaimer© 2006 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehoudenWaarmerklogo, 13 van 16 ijkpunten goed; klik voor een reactie.