Divisie Interne Geneeskunde en Dermatologie

Arts doet lichamelijk onderzoek bij patiënt

Verantwoorde plannen en duidelijke afspraken

Van bezuinigen naar bouwen: de Divisie Interne Geneeskunde en Dermatologie (DIGD) staat er na de moeilijke periode van 2003-2005 nu al weer twee jaar goed voor en heeft duidelijk haar beleid bepaald. De divisie bouwt stevig aan excellente patiëntenzorg, toonaangevend onderzoek en vernieuwend onderwijs. Dit verslagjaar heeft de DIGD haar koers voor de komende jaren verwoord in: 




  • Talent in Focus: het Strategisch Beleidsplan Onderzoek 2007-2010
  • het huisvestingsplan: voor een verbeterde functionaliteit en uitstraling en het optimaliseren van de kliniek, de dagbehandeling en polikliniek
  • het lange termijn investeringsplan apparatuur
De tijden van onzekerheid zijn voorbij. Met verantwoorde plannen en duidelijke afspraken is de divisie voorbereid op de toekomst en diens uitdagingen.

Talent in Focus

In ‘Talent in Focus’, het Strategisch Beleidsplan Onderzoek 2007-2010 staan de vijf uitgangspunten van het onderzoeksbeleid van de DIGD:

  • Onderzoeksprogramma’s: onderzoek moet passen binnen de onderzoeksprogramma’s van het UMC Utrecht die voor de DIGD van toepassing zijn: Immunologie&Infectie, Oncologie en Cardiovasculaire Wetenschappen.
  • Translationeel onderzoek: het laboratoriumonderzoek heeft tot doel de patiënt beter te kunnen behandelen.
  • Topkwaliteit: het laboratoriumonderzoek moet van hoogwaardige kwaliteit zijn.
  • Zicht op en behoud van talent: de DIGD wil jonge talentvolle onderzoekers aantrekken, begeleiden in hun loopbaan en waar mogelijk behouden.
  • Samenwerking op alle niveaus: de divisie is van plan meer te investeren in nationale en internationale samenwerkingsverbanden.

Nieuwe medisch manager

Dr. Douwe Biesma is op 1 november 2007 begonnen als medisch manager van de DIGD en opleider interne geneeskunde. Hij nam het stokje over van professor Melvin Samsom die vanaf 2002 medisch manager van de divisie was. Biesma is afkomstig van het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein waar hij onder andere voorzitter van het oncologiecentrum was.

Slimmer Beter: efficiënter en goedkoper darmonderzoek

Voor mensen met relatief onschuldige buikklachten kan de wachttijd voor een endoscopisch dikkedarmonderzoek (een coloscopie) oplopen tot wel acht weken. Daarnaast is vaak een buikecho nodig om andere organen te bekijken. Samen met de afdeling Radiologie kwamen Maag-, Darm- en Leverartsen met een voorstel: maak bij patiënten met een klein risico op kwaadaardige darmafwijkingen geen coloscopie, maar een CT-scan van de buik. Zo’n scan brengt
  • de dikke darm
  • de nieren
  • de lever en
  • de galblaas
binnen enkele minuten in beeld. Het is goedkoper dan een endoscopie plus echo. En de wachttijd is korter: een CT-colografie kan vaak binnen een week gebeuren.

Inspectie oordeelt positief over uitvoeren onderzoek

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft het doen van wetenschappelijk onderzoek bij de DIGD kritisch tegen het licht gehouden. Eind 2006 kwam de inspectie langs en op 5 maart 2007 volgde het herinspectierapport. Daarin staat dat de DIGD een enorme verbeterslag heeft gemaakt:

  • de verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn geordend en gedocumenteerd
  • het kwaliteitssysteem heeft meer definitieve contouren gekregen
  • de training en opleiding van personeel is concreter ingevuld
  • alle belangrijke handelingen zijn beschreven in Standard Operating Procedure’s (SOP’s)

Scholing onderzoekers

De DIGD heeft voor alle onderzoekers een scholingsprogramma opgezet. Hier leren zij hoe ze moeten werken volgens de Good Clinical Practice-richtlijnen op basis van de Europese wetgeving (EudraCT). Iedere nieuwe onderzoeker volgt deze scholing. Onderwijsinteractie leidt immers tot meer besef en kennis dan een papieren protocol. Ook de Medisch Ethische Toetsingscommissie (METC) verzorgt een onderdeel van deze scholing.

MBTO 2007

Uit de uitslagen van het medewerkersbetrokkenheid- en tevredenheidsonderzoek (MBTO) 2007 blijkt dat de DIGD net onder het UMC Utrecht-gemiddelde scoort. De divisieleiding is hierover in gesprek gegaan met de afdelingen die slecht scoorden. De betreffende leidinggevenden hebben vervolgens één-op-één-gesprekken met hun medewerkers gevoerd.
Hieruit bleek onder meer de behoefte aan duidelijkere communicatie en aan meer aandacht voor de praktische gevolgen van functiedifferentiatie.
Disclaimer© 2006-2012 UMC Utrecht, Alle rechten voorbehouden